• Ayn Rand

  • Tag Cloud

  • Recent Posts

  • Pages

  • Recent Comments

  • Archives

  • Categories

  • December 2017
    M T W T F S S
    « Sep    
     123
    45678910
    11121314151617
    18192021222324
    25262728293031
  • Subscription Options:

    Subscribe via RSSSubscribe via LinkedInSubscribe via FlickrSubscribe via Google+Subscribe via YouTubeSubscribe via PinterestSubscribe via Tumblr

Main Content RSS FeedRecent Articles

Hufterigheid »

Politica Femke Halsema heeft een boek geschreven: “Geluk” over haast, hyperconsumptie en hufterigheid. Ze schreef er ook een paginagroot artikel over in de Volkskrant van 15 november. Halsema mag dan niet mijn favoriete politicus zijn – welke politicus is dat trouwens wel? – met haar analyse ben ik het grotendeels eens.

Behalve dan dat hufterigheid niet alleen in ons, gewone burgers, zit. Integendeel: misschien is hufterig gedrag wel de enige mogelijkheid om in de huidige maatschappij waarin de politiek ons met een rigoreus lik-op-stukbeleid probeert er onder te houden een beetje overeind te blijven.

Zo stond er drie dagen later in de krant over drie motoragenten die een dame die haar hondjes uitlaat controleren op haar identiteitsbewijs. Niet bij zich zo dicht bij huis – € 60 boete! Tja, wetten zijn er niet voor niets hoor ik dhr. Klink al zeggen, maar bij deze wet was ons beloofd dat we nooit zomaar gecontroleerd zouden worden. Er moest wel een aanleiding voor zijn. Die was er natuurlijk: deze dame liet haar hondje uit op het fietspad. Niet ongevaarlijk. Wij mogen blij zijn dat we tegen deze wetovertredende hondjesuitlatende dame beschermd worden, want als iedereen maar zonder identiteitsbewijs zijn hondje op het fietspad gaat uitlaten wordt dat een puinhoop.

Larie natuurlijk. Eerder lazen we dat agenten zo vaak bedreigd worden. Dat lijkt me volkomen terecht. Zelf ben ik niet lang geleden ook weer eens voor zo’n non-reden op legale wijze van zo’n € 60 beroofd geworden en hoewel ik van nature een vredelievende persoon ben, voelde ik toch grote neiging deze agent, die te dom was om mijn bon zonder spelfauten uit te schrijven, ongelofelijk op zijn gezicht te timmeren. De hufter was het echter niet waard dat ik mij er de last op het politiebureau voor op de hals wilde halen; ik schaam mij er al voor dat ik mijn goede humeur voor de rest van de dag door heb laten verpesten – politieagenten zijn voor mij het op één na laagste soort mensen. (de laagste soort is de parkeerwacht).

En dan Klink zelf. Krijgen we het formulier EPD in de bus. Als je niet reageert zit je erin en kan iedereen je dossier lezen. Ik zou het goed vinden op voorwaarde dat er volledige transparantie is: mag ik het dossier inzien van wie ik ook maar wil, bijvoorbeeld van ons koningshuis? Of, van Klink zelf? Garanties worden niet verstrekt, je hoeft er niet in, maar je moet wel zelf even reageren om het ongedaan te maken. Voor kinderen natuurlijk een uitreksel uit het geboorteregister meesturen – kosten voor eigen rekening.

Er was iemand die durfde te juichen in de krant over Klink’s voortvarendheid – “dat hadden ze ook bij donorregistratie moeten doen”. Deze man weet kennelijk niet welke rechten hij bereid is in te leveren voor zijn idealen. Namelijk het recht op eigendom. Kijk: als ik iemands portemonnee wegpak en die persoon heeft het niet in de gaten, blijft toch overeind dat ik op oneerlijke wijze aan het geld ben gekomen. Het gaat toch – hoop ik – niet aan om te zeggen: “je had kunnen protesteren en zeggen dat ik je portemonnee niet mocht wegpakken, dan had ik hem heus wel teruggegeven”. Het komt erop neer dat als je even niet oplet, of geen tijd hebt om te reageren, of misschien niet slim genoeg bent om de consequenties te overzien, de ander het recht heeft jou te overtroefen. Dat noem ik hufterigheid.

Of – ik wil er nog één keer over schrijven – het rookverbod in de horeca. Het argument is dat er niet gerookt mag worden om het personeel te beschermen. Bull! Als dat zo zou zijn mag iemand met een eenmanszaak dus roken in zijn café. Nee, dat mag ook niet. Het gaat er dus om dat de anti-rooklobby zijn zin heeft gekregen. Ten koste van het toestaan van de overheid om in te grijpen in iemands privé, nl de eigen zaak van de café-houder. Dat is iets wat ooit verdergaande consequenties gaat hebben – een glijdende schaal.

Nu is al gezegd dat al die niet-rokers die zo graag naar een café hadden gewild, maar dat niet konden omdat ze uitgerookt werden, nu zouden kunnen gaan. Mooi niet; principiële niet-rokers zijn doorgaans te chagrijnig om naar een café te gaan. Dat was ook te verwachten: als er een markt was geweest voor een rookvrij café waren er allang ondernemers ingesprongen.

Het bewijs is geleverd dat de wet onzinnig is, maar ja, zegt Klink: de regering is er om wetten te maken (!) en dus moeten ze ook uitgevoerd worden. Een aantal café-houders uit Tilburg aangesloten bij het comité Buigen of Barsten heeft nu besloten de controleurs van de Voedsel- en Warenautoriteit te fotograferen om elkaar te laten zien met wie ze te maken hebben. (VK donderdag 20 november). De PvdA jammert nu dat ze de actie onacceptabel vindt.

Tja, hufterig gedrag van de overheid leidt tot hufterig gedrag van de burger. Ten tijde van de Franse Revolutie zou een man als Klink gelyncht zijn geworden. Ik ga daar hier geen reclame voor maken, maar ik zou graag willen oproepen tot meer hufterig gedrag tegen de overheid en hun controleurtjes zolang wij geacht worden als gewillige schapen naar de slachtbank te gaan.

Het gedicht “Grateful Slave” van Paine’s Torch.

I am a grateful slave.
My master is a good man.
He gives me food, shelter, work and other things.
All he requires in return is that I obey him.
I am told he has the power to control my life.
I look up to him,
and wish that I were so powerful.

My master must understand the world better than I,
because he was chosen by many others
for his respected position.
I sometimes complain,
but fear I cannot live without his help.
He is a good man.

My master protects my money from theft,
before and after he takes half of it.
Before taking his half,
he says only he can protect my money.
After taking it, he says it is still mine.
When he spends my money,
he says I own the things he has bought.
I don’t understand this, but I believe him.
He is a good man.

I need my master for protection,
because others would hurt me.
Or they would take my money
and use it for themselves.
My master is better than them:
When he takes my money, I still own it.
The things he buys are mine.
I cannot sell them,
or decide how they are used,
but they are mine.
My master tells me so,
and I believe him.
He is a good man.

My master provides free education for my children.
He teaches them to respect and obey him
and all future masters they will have.
He says they are being taught well;
learning things they will need to know in the future.
I believe him.
He is a good man.

My master cares about other masters,
who don’t have good slaves.
He makes me contribute to their support.
I don’t understand why slaves must work
for more than one master,
but my master says it is necessary.
I believe him.
He is a good man.

Other slaves ask my master for some of my money.
Since he is good to them as he is to me, he agrees.
This means he must take more of my money;
but he says this is good for me.
I ask my master why it would not be better
to let each of us keep our own money.
He says it is because he knows
what is best for each of us.
We believe him.
He is a good man.

My master tells me:
Evil masters in other places are not as good as he;
they threaten our comfortable lifestyle and peace.
So, he sends my children
to fight the slaves of evil masters.
I mourn their deaths,
but my master says it is necessary.
He gives me medals for their sacrifice,
and I believe him.
He is a good man.

Good masters sometimes have to kill evil masters,
and their slaves.
This is necessary to preserve our way of life;
to show others that our version of slavery is best.
I asked my master:
“Why do the evil masters’ slaves have to be killed;
along with their evil master?”
He said: “Because they carry out his evil deeds.”
“Besides, they could never learn our system;
they have been indoctrinated to believe
that only their master is good.”
My master knows what is best.
He protects me and my children.
He is a good man.

My master lets me vote for a new master,
every few years.
I cannot vote to have no master,
but he generously lets me choose
between two candidates he has selected.
I eagerly wait until election day,
since voting allows me to forget that I am a slave.
Until then, my current master tells me what to do.
I accept this.
It has always been so,
and I would not change tradition.
My master is a good man.

At the last election,
about half the slaves were allowed to vote.
The other half either broke rules set by the master,
or were not thought by him to be fit.
Those who break the rules
should know better than to disobey!
Those not considered fit should gratefully accept
the master chosen for them by others.
It is right, because we have always done it this way.
My master is a good man.

There were two candidates.
One received a majority of the vote –
about one-fourth of the slave population.
I asked why the new master
can rule over all the slaves,
if he only received votes from one-fourth of them?
My master said:
“Because some wise masters long ago
did it that way.”
“Besides, you are the slaves;
and we are the masters.”
I did not understand his answer, but I believed him.
My master knows what is best for me.
He is a good man.

Some slaves have evil masters.
They take more than half of their slaves’ money
and are chosen by only one-tenth,
rather than one-fourth, of their slaves.
My master says they are different from him.
I believe him.
He is a good man.

I asked if I could ever become a master,
instead of a slave.
My master said, “Yes, anything is possible.”
“But first you must pledge allegiance
to your present master,
and promise not to abandon the system
that made you a slave.”
I am encouraged by this possibility.
My master is a good man.

He tells me slaves are the real masters,
because they can vote for their masters.
I do not understand this, but I believe him.
He is a good man;
who lives for no other purpose
than to make his slaves happy.

I asked if I could be neither a master nor a slave.
My master said, “No, you must be one or the other.”
“There are no other choices.”
I believe him.
He knows best.
He is a good man.

I asked my master how our system is different,
from those with evil masters.
He said:
“In our system, masters work for the slaves.”
No longer confused, I am beginning to accept his logic.
Now I see it!
Slaves are in control of their masters,
because they can choose new masters every few years.
When the masters appear to control the slaves
in between elections,
it is all a grand delusion!
In reality, they are carrying out the slaves’ desires.
For if this were not so,
they would not have been chosen in the last election.
How clear it is to me now!
I shall never doubt the system again.
My master is a good man.

Deugden »

Een van de dingen die ik zo prettig vind aan het Objectivisme is de helderheid waarmee concepten gedefinieerd worden. En dan vooral zoals Ayn Rand het kan zeggen. Bijvoorbeeld als het over “deugden” en “waarden” gaat. Onderwerpen waarover tegenwoordig heel wat geschreven wordt in Nederland.

Zo stond sociaal-psycholoog Prof. Jan Pieter van Oudenhoven in de NRC van dinsdag 27 mei met een onderzoek naar deugden bij gelovigen en niet-gelovigen. Om uit te zoeken of gedeelde deugden misschien kunnen worden aangegrepen om integratie van allochtonen te bevorderen. Guess what? Deugden hebben een nationaal karakter.

Dat verbaast mij in het geheel niet, gezien de achterliggende doelstelling van het onderzoek. We worden weer eens een bepaald straatje in gedirigeerd. Niet dat ik iets tegen integratie heb, integendeel, maar er moet wel wat vrije keuze bijkomen. Ik word liever uit interesse naar de ander getrokken dan door de overheid naar elkaar geduwd.

Laten we eens kijken wat prof van Oudenhoven ons allemaal te vertellen heeft.

Een deugd is een moreel goede eigenschap die aan het individu is gebonden, zoals rechtvaardigheid of moed of liefde. Deugden zijn te leren. Waarden zoals democratie of schoonheid zijn abstract, die liggen buiten onszelf. Die zijn moeilijk om te zetten in gedrag.

Wat heeft Ayn Rand daarop te zeggen. Ik grijp naar “Galt’s Speech” uit Rand’s Magnum Opus “Atlas Shrugged” uit 1957, in de vertaling van Renate Kloosterhuis.

Een wezen met een wilsbewustzijn heeft geen automatische gedragslijn. Hij heeft een waardencode nodig om als leidraad voor zijn handelen te dienen. “Waarde” is datgene wat men probeert te verkrijgen en te behouden, “deugd” is de handeling waardoor iemand haar verwerft en behoudt. “Waarde” vooronderstelt een antwoord op de vraag: van wie of voor wat? “Waarde” vooronderstelt een maatstaf, een doel en de noodzaak tot handelen ten opzichte van een alternatief. Waar geen alternatieven zijn, zijn geen waarden mogelijk.

(…)

Geluk is die staat van bewustzijn die voortkomt uit het bereiken van iemands waarden. Een moraliteit die u durft te vertellen dat u het geluk zult vinden door van uw geluk af te zien – de mislukking van uw waarden te waarderen – is een onbeschaamde loochening van de moraliteit.

(…)

Het doel van moraliteit is u te leren niet te lijden en te sterven, maar te genieten en te leven. (…) Het enige morele doel van de mens is zijn eigen geluk, maar alleen zijn eigen deugd kan dat bereiken.

Het citaat keert de volgorde een beetje om – eigenlijk moet je beginnen met de morele code te definiëren:

Morality (…) is a code of values to guide man’s choices and actions. (Virtue Of Selfishness).

Dan volgen de waarden, die de mens volgens Rand als zijn hoogste en heersende waarden moet beschouwen: rede, doel en eigenwaarde. Deze drie waarden impliceren en vereisen alle deugden van de mens die betreking hebben op de relatie van het bestaan en het bewustzijn: rationaliteit, onafhankelijkheid, integriteit, eerlijkheid, productiviteit en trots.

Nu noemt Van Oudenhoven naast rechtvaardigheid (waar Rand het mee eens zou zijn geweest) ook liefde als deugd. Volgens Rand is liefde echter een emotie!

Een emotie is een reactie op een feit uit de realiteit, een oordeel dat wordt gedicteerd door uw standaarden. Liefhebben is waarderen. De mens die u vertelt dat het mogelijk is te waarderen zonder waarden, iemand lief te hebben die u waardeloos acht, is de mens die u vertelt dat het mogelijk is rijk te worden door te consumeren zonder te produceren, en dat papiergeld even waardevol is als goud.

Bij de emotie voor liefde hoort dus de vraag: liefde voor wie (of wat)? Liefde is dus meer een waarde dan een deugd.

Over moed is Rand nogal vaag – zij rekent het niet tot de hoofddeugden. Bij de deugd “integriteit” schrijft zij dat het (integriteit) de erkenning is van het feit dat:

(…) moed en vertrouwen praktisch noodzakelijk zijn – dat moed de praktische vorm van trouw aan het bestaan is, trouw aan de waarheid, en dat vertrouwen de praktische vorm is van trouw aan het eigen bewustzijn.

Deugden zijn te leren volgens Van Oudenhoven en Rand zou het daar, denk ik, wel mee eens geweest zijn. Vraag is alleen welke deugden. Waarden liggen buiten onszelf, zegt Van Oudenhoven, zoals democratie. Is dat een waarde? Daar hoort dan de vraag bij “Voor wie of wat?”. Aangezien democratie, volgens Chesterton betekent “government by the uneducated” is het duidelijk dat democratie in ieder geval niet steeds tot de keuzes leidt die voor mij persoonlijk nu zo waardevol zijn. Democratie is dan ook meer een norm; iets waar ik mij in heb leren schikken – een soort spelregels voor de “Game of Life”, aan welke speeltafel ik graag zo lang mogelijk mee zou willen spelen, maar om nou te zeggen dat ik de regels zelf zo gemaakt zou hebben, nee. Overigens, in tegenstelling tot wat Van Oudenhoven beweert in het algemeen makkelijk om te zetten in gedrag.

En schoonheid? Volgens Rand moet schoonheid volstrekt objectief beoordeeld kunnen worden:

Values, including beauty, have to be judged as objective, not subjective or intrinsic. (Ayn Rand, question period following Lecture 11 of Leonard Peikoff’s series “The Philosophy of Objectivism” (1976).

Wel een waarde, niet abstract. Al kan ik mij voorstellen dat niet iedereen daar over nadenkt.

In het rijtje deugden dat Van Oudenhoven noemt komen ook nog voor: respect, betrouwbaarheid, zorgzaamheid en openheid. Allemaal “sociale deugden”. Betrouwbaarheid is absoluut een Objectivistische deugd (integriteit en eerlijkheid). Respect? Ik respecteer iemand die zich respectabel gedraagt. Respect kan nooit een recht zijn waar iemand zomaar aanspraak op kan maken. Als ik iemand respecteer, betekent dat ook dat ik iemand waardeer. Daar hoort dus de vraag bij: respect voor wie?

Openheid is Van Oudenhovens favoriete deugd, geïnteresseerd zijn in andere mensen. “Openheid” betekent bij Van Oudenhovens kennelijk “openstaan voor…”. “Ik kan genieten van vreemde mensen en vreemde dingen”, zegt hij. Ik ook – soms. Want sommige mensen zijn gewoon niet zo interessant, althans niet voor mij en met 6 miljard mensen op de wereld moet ik mijn aandacht toch een beetje verdelen. Het zou toch goed zijn als je dat gewoon kon benoemen. Nog een keer John Galt, eh…Ayn Rand:

Vraagt u mij welke morele verplichting ik aan mijn medemensen verschuldigd ben? Geen enkele – behalve de verplichting die ik mijzelf veschuldigd ben, aan materiële objecten en aan het hele bestaan: rationaliteit. (…) Ik zoek en verlang niets anders van hen dan de relaties die zij uit vrije wil met mij willen aanknopen. (…) andersdenkenden laat ik hun eigen gang gaan en ik wijk niet van de door mij uitgestippelde weg af. (…) Ik heb niets te winnen van dwazen of lafaards; ik heb geen enkel voordeel te behalen uit menselijke ondeugden: uit domheid, oneerlijkheid of angst.

Egoïsme, natuurlijk. Maar egoïsme is zo slecht nog niet, zoals ik in een eerder stukje ooit heb geprobeerd uit te leggen aan de hand van Ringer’s “Looking Out for #1. In ieder geval heeft de egoïst als positieve eigenschap dat hij zo druk bezig is zijn eigen leven te leven, dat hij geen tijd heeft anderen lastig te vallen. En daarom voor de laatste keer uit Galt’s Speech:

Welke onenigheden er ook mogelijk zijn, één daad van kwaad mag niemand ooit plegen, de daad die niemand jegens anderen mag begaan en die niemand mag wettigen of vergeven. Zolang de mensheid samen wil leven mag geen enkel mens het initiatief nemen tot – hoort u mij? – niemand mag een begin maken met het gebruik van lichamelijk geweld tegen anderen.

Michel Onfray en het microverzet. »

In het kader van Mei 1968 publiceert NRC een reeks artikelen. Daarin in de krant van vrijdag 9 mei een interview met Michel Onfray. Ik heb nogal wat van deze filosoof gelezen. Hij is de filosoof van het Hedonisme; een filosofie van tegelijk zintuiglijkheid en ascese, aldus Le Penseur soi-même. Ik geloof niet dat hij binnen de filosofische gemeenschap erg serieus genomen wordt, maar wat doet dat ertoe? Hij heeft mij wel wat te zeggen. Ik heb inmiddels aardig wat boeken van hem gelezen.

Maar nu over de erfenis van mei 1968. Wat doet Onfray in Caen in de geest van 1968? Hij doet aan microverzet.

Eten met vrienden, niemand betaalt, niemand maakt een rekening op. Hier is echt gepraat, met aandacht voor elkaar. Lachen, voelen, eten, drinken.

Microverzet is het omgekeerde van de micro-pouvoir van zijn vakgenoot Michel Foucault, legt Onfray uit: de versplinterde macht die ons dagelijkse leven conditioneert. Onfray kent de rode draad van die anti-liberale brokjesmacht: laat de mensen uitsluitend doen wat geld oplevert. Voor de televisie zitten in plaats van samen dineren. Diploma’s met marktwaarde halen in plaats van studeren en nadenken. Kunst produceren om rijk en beroemd te worden. Daar is Onfray tegen. Noem het zijn ’68-cultuur.

Onfray beschouwt zichzelf als een “linkse nietzscheaan”. Zijn breuk met de christelijke metafysica en zijn streven naar ascese ontleent hij aan Nietzsche; zijn uitgangspunt is dat denken moet wortelen in persoonlijke lijfelijke ervaring. Zijn boek “De kunst van het genieten”, het eerste dat ik van hem las, begint (en eindigt) met een beschrijving van de hartaanval die hij op zijn 28-ste kreeg. Daarna besloot hij het leven “tot op de draad te verslijten”.

Maar het Hedonisme van Onfray is niet een “alles-voor-mijn-eigen-plezier-individualisme” van na 1968, maar het is een zoeken naar nieuwe waarden, een vervolg op 1968. Een poging 1968 te beschaven. Gewone mensen, de armen, moeten vertrouwd raken met Smaak. Democratiseer de smaak. Goede Smaak voor Iedereen.

Onfray is hartstikke links. (“Wij horen bij 1968 omdat wij links zijn”). Maar wel een die ook zelf voor zijn idealen betaalt: vanaf 2002 heeft hij een Université populaire, waaraan hij onbezoldigt les geeft. Hij heeft inmiddels genoeg verdiend aan zijn boeken. De cursussen zijn gratis, zonder inschrijving, zonder diploma’s. En iedereen mag zeggen wat hij wil. Er zijn colleges kunstgeschiedenis, erotische literatuur, architectuur, politiek denken. En er is navolging, behalve in Caen zijn er nu ook gratis volksuniversiteiten met vrijwillige docenten in Lyon, Amiens en Grenoble. En de colleges worden uitgezonden door de staatsradiozender France Culture.

Mei 1968 rekende af met de waarden van kerk en staat. Met hierarchie en autoriteit. Toch zijn er volgens Onfray geen nieuwe waarden voor in de plaats gesteld. Onfray noemt 1968 de overlijdensakte van de Europese christelijke beschaving. Na 1789, toen Robespierre “de Tempel van de Rede inrichtte”, een nieuwe kans in de Europese geschiedenis, die we hebben ingevuld met televisie kijken. En dan ook nog met programma’s die er niet beter op worden.

Onfray’s microverzet, eten met vrienden, doet mij sterk denken aan Hakim Bey’s Temporary Autonomous Zone:

“Zijn wij gedoemd om nooit autonomie mee te maken, nooit zelfs maar een moment lang op een uitsluitend door vrijheid geregeerde bodem te staan? Moeten we wachten tot de hele wereld bevrijd is van politieke overheersing voordat één van ons weet wat vrijheid is?

De TAZ is een perfecte tactiek voor een tijdperk waarin de staat alomtegenwoordig is en tegelijkertijd vergeven van de barsten en lege ruimten. De TAZ is de opstand binnen ieders bereik, het feest dat elk moment kan losbarsten. Ze verlangt er bovenal naar bemiddeling door media te vermijden, haar bestaan als immediaat te beleven. Omdat de TAZ een microkosmos is van de ‘anarchistische droom’ van een vrije cultuur, kan ik me geen betere tactiek voorstellen om naar dat doel te werken en tegelijk al hier en nu wat van de voordelen ervan te beleven.”

Bey’s TAZ (klik hier voor het pamflet in de originele taal) is indertijd door de links anarchisme als “salon-anarchisme” afgedaan, maar zit ook barstensvol stimulerende ideeën over “Ontological Anarchy, Poetic Terrorism”. Een ander document, maar dan meer van rechts, is Max More’s “Deep Anarchy“. Al deze artikelen staan een a-politiek leven voor. Een leven waarin je politici en hun spelregels zoveel mogelijk negeert. Hun identiteit erkent, maar hun legitimiteit ontkent. Zo goed mogelijk navigeren op de ruige zee van het systeem, maar zo veel mogelijk je eigen koers blijven varen.

Vrijdenken »

Toen ik, een behoorlijk aantal jaren geleden alweer, besloot mijn rooms-katholieke achtergrond achter mij te laten, was mijn gedachte dat ik wél zou blijven geloven. Daarvan kwam niet veel terecht: eenmaal bevrijd van de dwingende denkwijze van de kerk, kwam ik al snel tot de conclusie dat God niet kón bestaan.

Met vreugde realiseerde ik me dat mijn leven helemaal van mij was: ik mocht zelf bepalen hoe ik het zou invullen.

Mij geen raad wetend met mijn pas verworven geestelijke vrijheid sloot ik mij aan bij vrijdenkersvereniging “De Vrije Gedachte”. Helaas bestond die vereniging – in ieder geval in die dagen – uit nogal wat gefrustreerde ex-katholieken die zich bezig hielden met het samenstellen van een zwartboek tegen de paus en dat soort zaken.

Dat leek me niets: ik had immers de kerk achter mij gelaten en wat de paus zei hoefde mij niet meer te raken. Ik ging verder.

Maar nu, met de angst voor moslimterrorisme, komen er weer steeds meer publicaties tegen het bestaan van God. Moesten we ons eerst in nederland behelpen met Anton Constandse’s “Grondgedachten van het Atheïsme” uit 1978, in 1995 verscheen Herman Philipse’s “Atheïstisch Manifest”. Daarna, vrij kort na elkaar, Michel Onfray’s “Atheologie”, Daniel Dennett’s “Breaking the Spell” en Richard Dawkins’ “The God Delusion”.

Waar Onfray – overigens een van mijn favoriete filosofen – zich helaas verlaagt tot een partijtje schelden op de grote godsdienstige instituties en Dennett een redelijke dialoog probeert op te zetten waarbij hij zijn memen-theorie loslaat op het denkbeeld dat er een God moet bestaan, probeert Dawkins met wetenschappelijke argumenten de godsidee te weerleggen.

In zijn boek hanteert Dawkins een schaal, die loopt van 1 (theïstisch: volkomen overtuigd van het bestaan van God) via 4 (agnostisch: ik weet het niet, het bestaan van God is even waarschijnlijk als het onwaarschijnlijk is) tot 7 (atheistisch, volkomen overtuigd van het niet-bestaan van God). Zelf zegt Dawkins tussen het 6 (acht het bestaan van God zeer onwaarschijnlijk) en 7 in te zitten.

Ik ben het met Dawkins eens en plaats mezelf ook op zijn plaats in die schaal. Als het bestaan van God ooit bewezen wordt, ja dan zal ik geloven, hoewel, wacht even, dan geloof ik het nog niet, dan wéét ik dat het zo is. Maar tot die tijd ga ik ervan uit dat God – als hij al bestaat – geen rol van betekenis in ons leven speelt.

En nu is Fitna the Movie er dus. Weer iemand die van het bestrijden van iets interessanter vindt dan het vechten vóór iets. En daarmee vergeet zich vol geluk in zijn eigen leven te storten. Laat moslims liever zien hoe goed het leven kan zijn als je iets minder radicaal bent, kies vóór het vergroten van vrijheid in plaats van het terugdringen van onvrijheid. En laat ze verder hun geloof belijden. Ofwel, in de woorden van John Henry Mackay

    “Did you ever contribute anything to the happiness of Mankind?”
    “Yes, I myself have been happy!”

Ik voel wel iets voor de Stelling van Schleiermacher:

Niet wie in een heilig geschrift gelooft heeft een religie, maar wie er geen nodig heeft en er zelf één zou kunnen maken. – (Friedrich Scleiermacher – Over de Religie, vert. Willem Visser)

Tot slot het fraaie citaat uit “Thinking in Pictures” “van Temple Grandin:

Man will wrangle for religion, write for it, fight for it, die for it, anything but live for it.

Politiewagen rijdt fietser aan »

nu.nl/algemeen | Politiewagen rijdt fietser aan: Twee politieagenten die in een onopvallende auto onderweg waren naar een aanhouding, hebben dinsdag op de Langstraat in Barneveld een 29-jarige vrouw op een fiets aangereden. ANP De vrouw moest met diverse verwondingen naar het ziekenhuis, aldus een woordvoerder van de politie.
De agenten waren te hulp geroepen bij de aanhouding van twee mannen en een vrouw uit Leidschendam en een vrouw uit Barneveld, die geprobeerd hadden met een wisseltruc een voorbijganger op straat te beroven. Toen de politiewagen de straat inreed waar de beroving had plaatsgehad, reden de agenten de fietsende vrouw aan. Onderzoek moet uitwijzen of de agenten mogelijk te hard of roekeloos hebben gereden.

Commentaar overbodig.

Pasc@l zet de wereld op zijn kop »

(Deze post staat ook op mijn cryonics weblog)

Ik geloof in waarden, maar niet in normen. Maar daar ben ik de laatste dagen dus toch even anders over gaan denken. Misschien moet ik mijn mening over mijn “normen en waarden”- theorie herzien : fatsoen zou aan ieder, en zeker aan journalisten moeten worden bijgebracht. Normen dus.

Wat’s geburt? Krijg – voor de zoveelste keer – een verzoek van een journalist om een interview over het altijd sensationele onderwerp Cryonics. Dit keer van het nieuwe en mij volstrekt onbekende blad Pasc@l. Nou heb ik al zo vaak interviews over dit onderwerp gegeven en de vragen zijn steeds hetzelfde – en de eruitvoortkomende artikelen steeds even beroerd – dat ik vraag: kan het ook per e-mail.

Dat kan, schrijft Pasc@l-medewerker Andreas Everaerts. Of ik maar gelijk een repliek wil schrijven op een meegestuurd artikel dat gaat over de “verplichting om dood te gaan”, enne…het moet minstens 2000 woorden lang zijn.

Da’s niet nix.

Ik denk er een dagje over, en krijg ondertussen een mailtje waarin meneer Everaerts aangeeft niet opdringerig te willen zijn, maar of ik nog mee wil werken?

In principe wel, maar mag ik vragen op wiens naam het komt te staan? En krijg ik er – nu er een compleet artikel van mij wordt gevraagd – ook voor betaald? En hoe zit het met mijn rechten? Wie is hier eigenlijk de journalist?

Krijg ik een verontwaardigd mailtje terug, waarin de voorlaatste zin is:

En nu wilt u dus betaald worden omdat wij u de kans geven uw overtuiging te verdedigen?

Hm, nou moet u eens goed luisteren meneer Everaerts. De juiste volgorde is dat u mij gevraagd heeft en niet omgekeerd. Ik verdedig mijn overtuiging waar en wanneer ik maar wil, onder andere op mijn eigen websites, zoals deze. Daar heb ik Pasc@l niet voor nodig. Ik betaal voor mijn webhosting en de domeinnamen en houd mijn websites in de lucht zonder lelijke advertenties. Ik betaal hiervoor met mijn eigen geld dat ik met eerlijk werken zelf heb verdiend. Over Cryonics schrijf ik ook en ik deel de informatie zonder iets terug te vragen. Maar ik wil graag controle houden over wat ik schrijf en ik zou niet weten waarom een of andere blaag rijk moet worden van mijn inspanningen, want dat is wat gebeurt: Everaerts wordt natuurlijk betaald voor het schrijven van zijn onbenullige e-mails en ik mag zijn blad vullen. Zo’n eer is dat niet.

HLN: Multimedia – Bedenker SeniorenNet lanceert seniorenmagazine ‘Pasc@l’ (55763):Pascal Vyncke, de bedenker van SeniorenNet, lanceert een maandblad voor 50-plussers. In ‘Pasc@l’ zet Vyncke het concept van een maanblad echter op zijn kop.

En zijn medewerkers zetten het fatsoen op zijn kop. Een 22-jarige die een gat in de markt ontdekt heeft en een tijdschrift maakt dat afgestemd is op 50-plussers – dat is tot daar aan toe. Maar ik maak me zorgen dat zelfs in het altijd zo keurige België het onfatsoen inmiddels begint toe te slaan.

Of word ik nu te oud voor deze wereld? Als ik dan nog maar niet zo seniel word dat ik dat blaadje moet gaan lezen.

Politie acties. »

Politiebond verschuift acties naar later deze week:

De vakbond ANPV noemt de aankondiging dat er politieacties komen waarvan het verkeer hinder ondervindt, voorbarig. Het idee dat agenten de samenleving zullen hinderen of schaden in hun strijd voor een betere cao is “vooralsnog onterecht”, aldus de kleinere politiebond maandag.

Voorbarig? “Vooralsnog”? Dat zijn hoop ik foute woordkeuzes.

De politie is ingehuurd namens de burgers door de staat om de orde, onder andere in het verkeer, te handhaven. Dat de politie gaat staken en dus weigert dat werk te doen is een recht in ons Nederlandse systeem. Ik ben het daar maar zeer ten dele mee eens, maar daar gaat het nou niet om.

Waar blijven we als de politie het verkeer gaat hinderen? Met andere woorden, zelf het criminele pad opgaat?

Ik ga hier niet weer over mijn minachting voor de politie zitten zeuren, dat is op deze website nou wel genoeg uitgemeten. Maar als agenten er niet tegenop zien om het werk van ordeverstoorders te doen om hun geld te krijgen laten ze toch wel heel duidelijk zien uit welk deel van de samenleving ze kennelijk gerecruteerd worden. Anthony Burgess suggereerde al zoiets in zijn door Stanley Kubrick verfilmde boek “A Clockwork Orange

Ik kan het niet laten om toch nog even mijn mening over die CAO te geven. Meer geld voor de politie betekent meer belastingen of meer boetes, of (en waarschijnlijk) beide. Het geld moet toch ergens vandaan komen. Daarom pleit ik voor minder politieagenten, die goed worden betaald (het budget blijft hetzelfde) en die uitsluitend tot taak krijgt om de samenleving echt te beschermen tegen raddraaiers, in plaats van met de wet achter de hand geld te graaien bij burgers zonder achterlicht. (aah, heb ik het weer gezegd).

Dat dit een elitekorps moet worden ligt voor de hand: alleen het edelste deel van de bevolking mag toezicht houden op het schuim der natie en niet omgekeerd.

Democracy means government by the uneducated, while aristocracy means government by the badly educated. – Gilbert Chesterton (1874-1936)

 

Germaine C krijgt werkstraf in tasjesdiefzaak »

Germaine C. krijgt werkstraf in tasjesdiefzaak:

AMSTERDAM – De rechtbank in Amsterdam heeft donderdag bepaald dat de 46-jarige Germaine C. een werkstraf van 180 uur krijgt. Ook krijgt de vrouw een voorwaardelijke ontzegging van haar rijbevoegheid van zes maanden met een proeftijd van twee jaar.

Dat is in ieder geval beter dan de 2,5 jaar gevangenisstraf die het OM had geëist. De rechtbank achtte “niet bewezen dat de vrouw de jongen opzettelijk had willen doodrijden”.

Ook ik vind de doodstraf voor het pikken van een tasje wel wat onproportioneel, maar iemand die met zijn handen aan een andermans eigendom zit verliest wat mij betreft al zijn rechten. Immers: hij erkent het eigendomsrecht van een ander ook niet. Er zal wel een steekje los zitten aan die Germaine, maar voor mij blijft het een heldendaad om niet om hulp te gaan roepen maar het heft in eigen hand te nemen: er achteraan en je eigendom terughalen. Dat zouden meer mensen moeten doen.

“De vrouw is te ver gegaan in de wijze waarop ze haar tas terug wilde krijgen”, oordeelde de rechtbank.

Wat ze wel had moeten doen vertelt de rechtbank er niet bij. Waarschijnlijk je verlies nemen en een vaak zeer lange tijd op het politiebureau zitten om aangifte te doen, waar vervolgens niets mee gebeurt.

Tweede Kamerlid Rita Verdonk (Trots op Nederland) was ook aanwezig bij de rechtszaak. Verdonk, destijds nog minister van Integratie, raakte na het incident in opspraak toen ze zei dat er volgens haar geen sprake was van moord.

“Als de jongen de tas niet had gestolen, reed hij nog gewoon op zijn scooter rond en zat de vrouw nu gewoon thuis”, zei ze toen.

Recht door zee, die Rita.

Johan Heesters »

Het optreden van de 104-jarige operettezanger Johan Heesters in Amersfoort heeft vooraf voor nogal wat spektakel gezorgd. Met vooral de Anti Fascistische Oud Verzetsstrijders Nederland/Bond van Antifascisten onder aanvoering van Hein van Kasbergen, die bij Pauw en Witteman mocht aankondigen het concert, indien mogelijk, te zullen verstoren.

Historicus Arnold Brouwer gaf in de NRC een aantal redenen waarom we Heesters niet tot zondebok moeten maken: ook Toon Hermans, Wim Sonneveld, Albert Mol en vooral swingband “The Ramblers” hebben voor de Duitsers opgetreden. Hij heeft wellicht gelijk. Ik voeg componist Henk Badings toe, waarvan onlangs weer voorzichtig enige werken werden uitgevoerd. En – heel andere zaak, zelfde idee, ik denk ook nog even aan Paul Simon, die de openbare mening over zich heen kreeg omdat hij zijn “Graceland” toch in het toen cultureel gesaboteerde Zuid-Afrika ten gehore bracht.

Artiesten en politiek gaan niet altijd samen, dat hebben we vorig jaar mogen constateren toen artiesten zich gingen opwerpen om de klimaatverandering tegen te gaan – een hoop verbale bagger van mensen die ik meestal graag hoor zingen. Artiesten moeten gewoon doen waar ze goed in zijn, muziek maken dus, en misschien daarin wel aangeven dat muziek een universele taal is, die kan verbroederen.

Heesters is natuurlijk heel eenvoudig te saboteren: door niet naar zijn concert te gaan. Als er niemand gaat is er geen concert. Degenen die hem vergeven of degenen die aan zijn “fout” zijn in de oorlog hoe dan ook geen boodschap hebben gaan luisteren – en ik wens ze een prettige avond; de tegenstanders laten Heesters links liggen – en ook hun wens ik een prettige avond met het doen van hun politiek correcte ding. Zelf ga ik overigens niet omdat ik mij kan voorstellen dat van de glans van de Heesters van weleer op 104-jarige leeftijd niet veel meer over zal zijn.

Weer Nederlandse militairen gesneuveld in Afghanistan »

nu.nl/algemeen | Nederlandse militairen gesneuveld in Afghanistan:

Minister-president Jan Peter Balkenende heeft zondag verklaard “ten diepste geschokt” te zijn door de dood van de twee Nederlandse militairen zaterdagavond in Uruzgan.

100% Fake natuurlijk. In een oorlog vallen slachtoffers. Iedere dode is er één teveel, maar er vallen eigenlijk opvallend weinig slachtoffers. Het wordt tijd dat jongens zich massaal niet meer voor het leger beschikbaar stellen.

En de Nederlandse regering ophoudt met zich belangrijk te willen voelen in de wereldpolitiek. Wat hebben we daar te zoeken? Waarom zou je je kostbare leven beschikbaar stellen voor een strijd die niet de jouwe is? Het volgende filmpje, hoewel daterend uit de Koude Oorlog, blijft verhelderend. Laat de grote jongens bovenin het zelf maar uitvechten.

“Wij denken aan hun ouders, familie en vrienden die nu rouwen om dit onherstelbare verlies en leven intens met hen mee. (…)” aldus Balkenende in de verklaring zondagochtend.

Ja, dat ben ik natuurlijk met hem eens. Het is een risicovol beroep, dat soldaatje spelen. En waar we ons druk maken om het gevaar van gedwongen meeroken op de werkplek en de Arbo ons voorschrijft op wat voor soort stoelen we wel en niet mogen zitten tijdens het verdienen van ons dagelijks brood, zou het misschien goed te zijn het beroep van militair geheel af te schaffen – de kosten van een mensenleven wegen niet tegen de baten op.