RSS Feed for This PostCurrent Article

Nihil Obstat

Nihil Obstat – letterlijk: niets staat in de weg – stond er vroeger onder ieder muziekstuk dat bedoeld was om in de kerk te worden uitgevoerd. Ik kan het weten, want ruim 19 jaar was ik kerkmusicus. Ook toen ik, op mijn 28ste, van mijn geloof viel ben ik de kerk nog lang van dienst geweest met mijn kwaliteiten als koordirigent en organist. Hypocriet? Ik vind van niet. Ik vond het heerlijk om te doen, want de kerk waar ik werkte was nog lekker conservatief en zong dus veel Latijn; missen van Mozart, Haydn, Gretchaninoff stonden op het repertoire, naast gregoriaans. Min of meer het hele Liber Usualis heb ik zo wel een keer of tien rond gezongen en laten zingen. Ik geloofde inmiddels geen woord meer van alles wat ik liet bezingen en het kon het koor noch de pastoor iets schelen – ze wisten ervan, maar de muziek klonk goed en ze lieten me dus met rust. En ik hen – leven en laten leven.

Natuurlijk hadden de meeste geestelijken een sterke voorkeur voor Nederlandstalig repertoire. Vanuit liturgisch perspectief bekeken waarschijnlijk ook wel terecht, maar mijn belangstelling was uitsluitend muzikaal gericht – voor een paar stomme liedjes kom ik op zondagochtend mijn bed niet uit. Dus ben ik gestopt toen dat allemaal steeds meer en meer de overhand ging krijgen.

Die liedjes kwamen in de kerk sinds 1964;  na het Tweede Vaticaans Concilie besloot de paus dat het Latijn niet meer de taal van de kerk was. Althans niet per sé. Voor sommigen betekende dat dat het Latijn helemaal niet meer mocht en er werden liederen geleend bij de protestanten, die immers al eeuwen een volkstaaltraditite hadden, om snel aan repertoire te komen. Het heeft zeker een bijdrage geleverd aan de leegloop van de kerk.

En toen was er de uitgetreden priester Huub Oosterhuis, die ook dichtte. Dankzij hem werd het repertoire, voor een groot deel samengevat in de “Randstadbundel”  in hoog tempo aangevuld met zijn teksten waarvan het poëtisch gehalte zo hoog was, dat de liederen vaak nog onbegrijpelijker waren dan het Gregoriaans. Ook “mijn” koor moest een enkele keer deze lieden zingen en de zangers deden dat nooit van harte. Maar we kochten daarmee de vrijheid ook “echte” muziek te mogen zingen.

De liederen waren vaak van bedenkelijk niveau, maar gelukkig waren vroeg het niet veel van onze repetitieavond om ze in te studeren. Je kunt niet altijd je zin krijgen, dus vooruit, we zongen ze gewoon voor het Vaderland weg en ik zorgde voor een pakkende orgelbegeleiding, dan merkte je het niet zo. Nu lees ik vandaag in de krant dat er 17 liederen uit dit “Gooi & Stichtrepertoire” in de ban worden gedaan. Op de lijst liederen die in de Volkskrant gepubliceerd staat, staan er vrij weinig die ik van vroeger nog ken. Natuurlijk “Uit vuur en IJzer”, ook bekend als het chemicaliënlied (wij noemden het overigens altijd het AKZO-lied). Nou ja, het zong wel lekker weg, maar als de tekst niet stichtend genoeg is, ja dan kan het natuurlijk niet hè. 🙂

Heel nieuw is deze ontwikkeling niet: het bepalen van het repertoire is een manier om alle gelovigen dezelfde kant op te laten kijken. Van Plato tot Hitler is muziek gebruikt om mensen in je macht te krijgen. Paus Gregorius kreeg in de 6e eeuw heel Europa bekeerd toen hij het Gregoriaans organiseerde, met als PR-stunt de bewering dat de gezangen hem door een duif van godswege waren ingefluisterd. Toen er enige eeuwen later door wildgroei vele latijnse sequentiae waren ontstaan, moest er weer worden ingegrepen om de kudde bij elkaar te houden. Sequentiae zijn eigenlijk lange coloraturen op de tekst “alleluia”, maar om de lange melismen te onthouden werden er teksten opgemaakt. Niet altijd even nette teksten overigens, maar de melodieën bleven wel hangen en gingen een zelfstandig leven leiden naast het vaste repertoire. Er zijn er duizenden van gemaakt. Tot de paus ex cathedra besloot dat er nog maar vijf van deze sequentiae voor de liturgie geschikt zijn. Ik weet niet hoe daar indertijd op gereageerd is, maar het zal ongetwijfeld even slikken zijn geweest.

Na het tweede Vaticaans Concilie werd van deze vijf sequentiae ook nog het “Dies Irae” geschrapt. De tekst over hel en verdoemenis paste niet langer bij de nieuwere opvattingen van de kerk over troost en hoop op verrijzenis na het overlijden. Geen weldenkend musicus heeft dat ooit kunnen verwerken, want daarmee zette de kerk in één streep de prachtige requiems van o.a. Mozart en Fauré buiten de kerkmuziek (die van Verdi en Berlioz zijn waarschijnlijk nooit voor de liturgie bedoeld).

Ook nu is het dus weer tijd te snoeien in de wildgroei van frivole wijsjes en teksten “om de mensen te pleasen”. Maar God moet ervan gruwen weten de leiders die het weten kunnen. Dat leidt tot keuzes die ik ook niet kan volgen, maar ik heb dan ook geen directe verbinding met God.  Zo mis ik op de lijst geschrapte liederen het merkwaardige “Wie zijn leven niet wil geven”, met verderop de vreemde tekst “die zal weten, opgegeten, dat hij leeft”.  Schrijf nog eens een gedicht! Ik heb nooit begrepen waar dat “opgegeten” nou op slaat en geen priester heeft het me ooit kunnen uitleggen. Maar hij mag dus blijven – Nihil Obstat.

Nou is dit ook qua melodie een vrij stom liedje, maar persoonlijk houd ik erg van de melodie “Een smekeling zo kom ik tot uw troon”. Met daarin de – zeker op dit moment –  ietwat dubbelzinnige tekst in het tweede couplet: “Hij doet met ons, hij gaat ons in en uit”. En even verderop “wil met ons spelen, neemt ons tot zijn bruid”. Het koor lag altijd in een stuip tijdens het zingen van deze woorden. Toch zie ik het lied niet op De Lijst staan – Nihil Obstat.

Gelukkig hebben gelovigen zo hun eigen manier van burgerlijke ongehoorzaamheid. Zo is er het para-liturgische lied “Maria Mild en Machtig”, waar wij vrolijk heiligschennend zongen “Maria wild en drachtig”. Of “Magnificat, Annie mag mee naar oma toe“, in plaats van “Anima Mea Dominum”.

Natuurlijk is Oosterhuis boos op de nieuwe censuur, hij ziet zijn inkomsten uit de royalties al dalen. Maar verder begrijp ik al dat gemopper niet! Niets let je natuurlijk als gelovige om in je huiskapelletje, op de fiets of waar dan ook tot meerdere eer en glorie Gods – of gewoon tot genoegen van jezelf – “Uit vuur en ijzer” te zingen als je daar een beter mens van wordt.

Als je zingt, dan bid je dubbel, schijnt Augustinus gezegd te hebben. Zing dus, beminde gelovigen, zing en vooral: zing wat je wilt.

Sing like there’s no one listening;
dance like there’s no one watching;
love like you’ll never get hurt; and
live like there’s Heaven on Earth.

Mens durf te zingen! En laat de kerk alsjeblieft maar weer lekker conservatief worden. Geen weldenkend mens neemt het nog serieus – toch? – en hopelijk komt er weer ruimte voor gewoon mooie muziek. Dat is tien keer stichtender dan een lege liturgie met een kudde slapende kerkgangers en een kakelende pastoor met culturele bloedarmoede.

Trackback URL

Post a Comment

  • Ayn Rand

  • Tag Cloud

  • Recent Posts

  • Pages

  • Recent Comments

  • Archives

  • Categories

  • December 2017
    M T W T F S S
    « Sep    
     123
    45678910
    11121314151617
    18192021222324
    25262728293031
  • Subscription Options:

    Subscribe via RSSSubscribe via LinkedInSubscribe via FlickrSubscribe via Google+Subscribe via YouTubeSubscribe via PinterestSubscribe via Tumblr