RSS Feed for This PostCurrent Article

Hufterigheid

Politica Femke Halsema heeft een boek geschreven: “Geluk” over haast, hyperconsumptie en hufterigheid. Ze schreef er ook een paginagroot artikel over in de Volkskrant van 15 november. Halsema mag dan niet mijn favoriete politicus zijn – welke politicus is dat trouwens wel? – met haar analyse ben ik het grotendeels eens.

Behalve dan dat hufterigheid niet alleen in ons, gewone burgers, zit. Integendeel: misschien is hufterig gedrag wel de enige mogelijkheid om in de huidige maatschappij waarin de politiek ons met een rigoreus lik-op-stukbeleid probeert er onder te houden een beetje overeind te blijven.

Zo stond er drie dagen later in de krant over drie motoragenten die een dame die haar hondjes uitlaat controleren op haar identiteitsbewijs. Niet bij zich zo dicht bij huis – € 60 boete! Tja, wetten zijn er niet voor niets hoor ik dhr. Klink al zeggen, maar bij deze wet was ons beloofd dat we nooit zomaar gecontroleerd zouden worden. Er moest wel een aanleiding voor zijn. Die was er natuurlijk: deze dame liet haar hondje uit op het fietspad. Niet ongevaarlijk. Wij mogen blij zijn dat we tegen deze wetovertredende hondjesuitlatende dame beschermd worden, want als iedereen maar zonder identiteitsbewijs zijn hondje op het fietspad gaat uitlaten wordt dat een puinhoop.

Larie natuurlijk. Eerder lazen we dat agenten zo vaak bedreigd worden. Dat lijkt me volkomen terecht. Zelf ben ik niet lang geleden ook weer eens voor zo’n non-reden op legale wijze van zo’n € 60 beroofd geworden en hoewel ik van nature een vredelievende persoon ben, voelde ik toch grote neiging deze agent, die te dom was om mijn bon zonder spelfauten uit te schrijven, ongelofelijk op zijn gezicht te timmeren. De hufter was het echter niet waard dat ik mij er de last op het politiebureau voor op de hals wilde halen; ik schaam mij er al voor dat ik mijn goede humeur voor de rest van de dag door heb laten verpesten – politieagenten zijn voor mij het op één na laagste soort mensen. (de laagste soort is de parkeerwacht).

En dan Klink zelf. Krijgen we het formulier EPD in de bus. Als je niet reageert zit je erin en kan iedereen je dossier lezen. Ik zou het goed vinden op voorwaarde dat er volledige transparantie is: mag ik het dossier inzien van wie ik ook maar wil, bijvoorbeeld van ons koningshuis? Of, van Klink zelf? Garanties worden niet verstrekt, je hoeft er niet in, maar je moet wel zelf even reageren om het ongedaan te maken. Voor kinderen natuurlijk een uitreksel uit het geboorteregister meesturen – kosten voor eigen rekening.

Er was iemand die durfde te juichen in de krant over Klink’s voortvarendheid – “dat hadden ze ook bij donorregistratie moeten doen”. Deze man weet kennelijk niet welke rechten hij bereid is in te leveren voor zijn idealen. Namelijk het recht op eigendom. Kijk: als ik iemands portemonnee wegpak en die persoon heeft het niet in de gaten, blijft toch overeind dat ik op oneerlijke wijze aan het geld ben gekomen. Het gaat toch – hoop ik – niet aan om te zeggen: “je had kunnen protesteren en zeggen dat ik je portemonnee niet mocht wegpakken, dan had ik hem heus wel teruggegeven”. Het komt erop neer dat als je even niet oplet, of geen tijd hebt om te reageren, of misschien niet slim genoeg bent om de consequenties te overzien, de ander het recht heeft jou te overtroefen. Dat noem ik hufterigheid.

Of – ik wil er nog één keer over schrijven – het rookverbod in de horeca. Het argument is dat er niet gerookt mag worden om het personeel te beschermen. Bull! Als dat zo zou zijn mag iemand met een eenmanszaak dus roken in zijn café. Nee, dat mag ook niet. Het gaat er dus om dat de anti-rooklobby zijn zin heeft gekregen. Ten koste van het toestaan van de overheid om in te grijpen in iemands privé, nl de eigen zaak van de café-houder. Dat is iets wat ooit verdergaande consequenties gaat hebben – een glijdende schaal.

Nu is al gezegd dat al die niet-rokers die zo graag naar een café hadden gewild, maar dat niet konden omdat ze uitgerookt werden, nu zouden kunnen gaan. Mooi niet; principiële niet-rokers zijn doorgaans te chagrijnig om naar een café te gaan. Dat was ook te verwachten: als er een markt was geweest voor een rookvrij café waren er allang ondernemers ingesprongen.

Het bewijs is geleverd dat de wet onzinnig is, maar ja, zegt Klink: de regering is er om wetten te maken (!) en dus moeten ze ook uitgevoerd worden. Een aantal café-houders uit Tilburg aangesloten bij het comité Buigen of Barsten heeft nu besloten de controleurs van de Voedsel- en Warenautoriteit te fotograferen om elkaar te laten zien met wie ze te maken hebben. (VK donderdag 20 november). De PvdA jammert nu dat ze de actie onacceptabel vindt.

Tja, hufterig gedrag van de overheid leidt tot hufterig gedrag van de burger. Ten tijde van de Franse Revolutie zou een man als Klink gelyncht zijn geworden. Ik ga daar hier geen reclame voor maken, maar ik zou graag willen oproepen tot meer hufterig gedrag tegen de overheid en hun controleurtjes zolang wij geacht worden als gewillige schapen naar de slachtbank te gaan.

Het gedicht “Grateful Slave” van Paine’s Torch.

I am a grateful slave.
My master is a good man.
He gives me food, shelter, work and other things.
All he requires in return is that I obey him.
I am told he has the power to control my life.
I look up to him,
and wish that I were so powerful.

My master must understand the world better than I,
because he was chosen by many others
for his respected position.
I sometimes complain,
but fear I cannot live without his help.
He is a good man.

My master protects my money from theft,
before and after he takes half of it.
Before taking his half,
he says only he can protect my money.
After taking it, he says it is still mine.
When he spends my money,
he says I own the things he has bought.
I don’t understand this, but I believe him.
He is a good man.

I need my master for protection,
because others would hurt me.
Or they would take my money
and use it for themselves.
My master is better than them:
When he takes my money, I still own it.
The things he buys are mine.
I cannot sell them,
or decide how they are used,
but they are mine.
My master tells me so,
and I believe him.
He is a good man.

My master provides free education for my children.
He teaches them to respect and obey him
and all future masters they will have.
He says they are being taught well;
learning things they will need to know in the future.
I believe him.
He is a good man.

My master cares about other masters,
who don’t have good slaves.
He makes me contribute to their support.
I don’t understand why slaves must work
for more than one master,
but my master says it is necessary.
I believe him.
He is a good man.

Other slaves ask my master for some of my money.
Since he is good to them as he is to me, he agrees.
This means he must take more of my money;
but he says this is good for me.
I ask my master why it would not be better
to let each of us keep our own money.
He says it is because he knows
what is best for each of us.
We believe him.
He is a good man.

My master tells me:
Evil masters in other places are not as good as he;
they threaten our comfortable lifestyle and peace.
So, he sends my children
to fight the slaves of evil masters.
I mourn their deaths,
but my master says it is necessary.
He gives me medals for their sacrifice,
and I believe him.
He is a good man.

Good masters sometimes have to kill evil masters,
and their slaves.
This is necessary to preserve our way of life;
to show others that our version of slavery is best.
I asked my master:
“Why do the evil masters’ slaves have to be killed;
along with their evil master?”
He said: “Because they carry out his evil deeds.”
“Besides, they could never learn our system;
they have been indoctrinated to believe
that only their master is good.”
My master knows what is best.
He protects me and my children.
He is a good man.

My master lets me vote for a new master,
every few years.
I cannot vote to have no master,
but he generously lets me choose
between two candidates he has selected.
I eagerly wait until election day,
since voting allows me to forget that I am a slave.
Until then, my current master tells me what to do.
I accept this.
It has always been so,
and I would not change tradition.
My master is a good man.

At the last election,
about half the slaves were allowed to vote.
The other half either broke rules set by the master,
or were not thought by him to be fit.
Those who break the rules
should know better than to disobey!
Those not considered fit should gratefully accept
the master chosen for them by others.
It is right, because we have always done it this way.
My master is a good man.

There were two candidates.
One received a majority of the vote –
about one-fourth of the slave population.
I asked why the new master
can rule over all the slaves,
if he only received votes from one-fourth of them?
My master said:
“Because some wise masters long ago
did it that way.”
“Besides, you are the slaves;
and we are the masters.”
I did not understand his answer, but I believed him.
My master knows what is best for me.
He is a good man.

Some slaves have evil masters.
They take more than half of their slaves’ money
and are chosen by only one-tenth,
rather than one-fourth, of their slaves.
My master says they are different from him.
I believe him.
He is a good man.

I asked if I could ever become a master,
instead of a slave.
My master said, “Yes, anything is possible.”
“But first you must pledge allegiance
to your present master,
and promise not to abandon the system
that made you a slave.”
I am encouraged by this possibility.
My master is a good man.

He tells me slaves are the real masters,
because they can vote for their masters.
I do not understand this, but I believe him.
He is a good man;
who lives for no other purpose
than to make his slaves happy.

I asked if I could be neither a master nor a slave.
My master said, “No, you must be one or the other.”
“There are no other choices.”
I believe him.
He knows best.
He is a good man.

I asked my master how our system is different,
from those with evil masters.
He said:
“In our system, masters work for the slaves.”
No longer confused, I am beginning to accept his logic.
Now I see it!
Slaves are in control of their masters,
because they can choose new masters every few years.
When the masters appear to control the slaves
in between elections,
it is all a grand delusion!
In reality, they are carrying out the slaves’ desires.
For if this were not so,
they would not have been chosen in the last election.
How clear it is to me now!
I shall never doubt the system again.
My master is a good man.

Trackback URL

Post a Comment

  • Ayn Rand

  • Tag Cloud

  • Recent Posts

  • Pages

  • Recent Comments

  • Archives

  • Categories

  • January 2018
    M T W T F S S
    « Sep    
    1234567
    891011121314
    15161718192021
    22232425262728
    293031  
  • Subscription Options:

    Subscribe via RSSSubscribe via LinkedInSubscribe via FlickrSubscribe via Google+Subscribe via YouTubeSubscribe via PinterestSubscribe via Tumblr