• Ayn Rand

  • Tag Cloud

  • Recent Posts

  • Pages

  • Recent Comments

  • Archives

  • Categories

  • December 2016
    M T W T F S S
    « Sep    
     1234
    567891011
    12131415161718
    19202122232425
    262728293031  
  • Subscription Options:

    Subscribe via RSSSubscribe via LinkedInSubscribe via FlickrSubscribe via Google+Subscribe via YouTubeSubscribe via PinterestSubscribe via Tumblr

Main Content RSS FeedRecent Articles

Orwell – de profeet. »

Bij de huidige discussie over de kosten in de gezondheidszorg komt mij steeds vaker een beeld voor ogen uit de tekenfilmversie van George Orwell’s “Animal Farm”, die ik als jongen van ongeveer tien jaar oud, nu 46 jaar geleden, op school zag.
Iedereen die “Animal Farm” een beetje kent, denkt natuurlijk aan het snedige citaat “All animals are equal, but some animals are more equal than others”, wat ik in die tijd al zeer komisch vond, maar op mij maakte vooral de scene waarin het hardwerkende paard, dat voor de opbouw van de boerderij zo’n belangrijke rol had gespeeld, als zijn krachten zijn afgenomen uiteindelijk wordt afgevoerd, indruk.
Zijn vrienden kijken hem met bange voorgevoelens na, de leiders van de boerderij – de varkens – hebben geen genade: het paard, nutteloos en dus te duur geworden, zal moeten sterven.

Ik vind het eigenlijk opvallend dat dit beeld voor zover ik weet nog niet eerder is gebruikt in deze discussie.

Zoals iedereen wel weet hebben Orwell’s boeken “1984” en “Animal Farm” een diepere politieke betekenis en zijn, in ieder geval bij “Animal Farm”, vooral gericht tegen het communisme. In “Animal Farm” – bij mij op de basisschool indertijd met vooruitziende blik aangekondigd als “een leuke film over een boerderij waarin de dieren zélf de leiding hebben” – staan dieren voor mensen.

Nu u uit dit stukje bovenin mijn leeftijd, op zijn minst bij benadering, heeft weten te raden, weet u ook dat ik nog uit de tijd kom waarin een mensenleven heilig was en “niet in geld uit te drukken”, zoals mijn moeder me ooit geleerd heeft.
Ik ben het vaak met mijn moeder oneens geweest, maar hier had ze een punt.

Inmiddels weten we sinds een week of twee dat de politiek momenteel probeert een mensenleven tot een waarde van ongeveer € 80.000 per jaar te devalueren. Had ik de bron maar genoteerd, maar het stond ergens in de Volkskrant, van origine een katholieke en enigszins linkse krant. Ik heb er mijn schouders over opgehaald, ik ben immers momenteel niet ziek en nog lang geen tachtig.

Vandaag staat er echter een ingezonden brief in, geschreven door “gezondheidseconoom” (Wat doet je vader ook alweer? -Gezondheidseconoom! -Oh.) Rob Baltussen, waardoor ik mij opgeroepen voelde niet langer aan de kant te blijven staan:

Een maatschappelijk debat over de grenzen in de zorg moet inzicht bieden in de vraag of een jonge moeder van drie kinderen en een 86-jarige patient evenveel recht hebben op de schaarse middelen in de zorg.

Lekker tendentieus, vooral die drie kinderen zullen het goed doen in de opinievorming.
Nou, hier mijn mening, met als opmerking vooraf dat, ondanks Orwell, geen twee 86-jarige patienten aan elkaar gelijk zijn.

Om te beginnen is de 86-jarige patient van de generatie die Nederland na de tweede wereldoorlog heeft helpen wederopbouwen. Dat vergeten we weleens in onze huidige maatschappij, waarin het weliswaar al dertig jaar lang crisis is, maar we het toch nog altijd heel goed hebben. Dat is weleens anders geweest, in die goede oude tijd waarin overigens geluk “heel gewoon” was.
Niet alleen dat; hij/zij (hierna te noemen: zij) heeft ook inmiddels zo’n zestig jaar lang belasting en premies betaald, met de belofte (al was er uiteraard geen keus) dat wij een sociale samenleving zijn waarin wij voor elkaar zorgen. Als dat nu ineens onbetaalbaar blijkt te zijn kunnen daar verschillende redenen voor worden bedacht, zoals de te hoge kosten van de farmaceutische industrie of de exorbitante salarissen van artsen, of het feit dat wij met zijn allen nu eenmaal steeds ouder worden, maar de achterliggende oorzaak is natuurlijk dat socialisme niet werkt.

Ik ben dan ook geen socialist, maar dat doet er niet echt toe voor mijn argumentatie: ik heb het hier over rechtvaardigheid. In dat geval zou ik persoonlijk stellen dat de 86-jarige meer recht heeft op de schaarse middelen; zij heeft immers door haar aandeel in de wederopbouw van Nederland wel wat krediet opgebouwd en vooral langer (en dus meer) belasting/premies betaald dan de moeder van drie kinderen.

Okay, ik begrijp dat iedereen dit een absurde redenering zou vinden. Wij leven in een maatschappij waarvan de leiders de pretentie hebben sociaal te zijn en waarin je voorgehouden wordt dat wij – zeg zestien miljoen Nederlanders – met zijn allen voor elkaar zorgen. Ik heb daar altijd wat bedenkingen tegen gehad, maar socialisten geloven dat dankzij de overheid, die hierin een coördinerende rol zegt te spelen, dit allemaal prima voor elkaar komt. Je betaalt tenslotte belasting en premies, waarover je – ik merk het terloops op – niet of nauwelijks kunt onderhandelen. Maar je kunt rustig slapen, want je weet – of inmiddels: dacht te weten – dat de overheid zorgt dat van mijn en ieders belastinggeld en premies per persoon 1/16-miljoenste deel zowel naar de moeder met drie kinderen als naar de 86-jarige patient gaat om bij te springen. Niemand beschuldigt mij zomaar van egoïsme, of misschien toch, want de achterliggende prikkel voor dit altruïstische gedrag is natuurlijk de verwachting dat als ík in de problemen kom iedere andere Nederlander voor 1/16-miljoenste deel bijdraagt aan míjn levensonderhoud en ziektekosten.

Ik zeg nogmaals dat het niet mijn ideale systeem is van een maatschappij runnen, maar aangezien we dit systeem hebben en je verplicht bent mee te doen, moet de politiek, als dat geld eenmaal over de toonbank is, die verzorging ook op zich nemen en natuurlijk niet halverwege de rit de spelregels veranderen omdat ze de wedstrijd anders niet kunnen winnen. Zoals inmiddels met pensioenen gebeurd is, maar dat laten we in dit stukje maar even buiten beschouwing.

De libertarische maatschappij die ik voorsta – en waarin ieder zijn eigen broek ophoudt – is natuurlijk geen utopie. Er zullen zeker mensen buiten de boot vallen. Maar het is tenminste een rechtvaardige maatschappij, waarin je oogst wat je gezaaid hebt, terwijl in de suggestie van onze gezondheidseconoom en zijn kornuiten een ánder mag oogsten wat jij gezaaid hebt. In mijn ideale maatschappij heeft de jonge moeder van drie kinderen, net als de 86-jarige patient, een eigen ziektekostenverzekering op maat afgesloten die volgens het kapitalistische concurrentiemodel zich gaat houden aan het indertijd afgesloten contract en dus zijn best gaat doen de best mogelijke zorg voor haar te regelen. Of ze heeft in haar gezonde jaren een spaarpotje aangelegd, waarmee ze de kosten kan dekken.
Als dat niet voldoende is, is het het goed recht van gezondheidseconoom Baltussen uit eigen zak bij te springen, omdat hij zo’n medelijden heeft met de drie kinderen.
De inmiddels 86-jarige patient heeft in haar gezonde jaren een besluit genomen over wat haar leven haar met het klimmen der jaren nog waard is: € 80.000 per jaar of € 2.000.000 per jaar, ik noem maar een bedrag, en een daarbij passende verzekering afgesloten. En als dat niet voldoende is, dan heeft ze pech, want Baltussen gaat voor deze patient zeer waarschijnlijk niet bijspringen; hij steunt de moeder met drie kinderen al.
En – voor het geval u denkt dat ik daar een oordeel over heb – dat is in een libertarische maatschappij zijn recht. Baltussen heeft echter niet het recht van mij of van wie dan ook te eisen dat ik die moeder, of wie dan ook, ga helpen.

Maar, even terug naar de realiteit, we leven niet in een libertarische maatschappij, maar in een verzorgingsmaatschappij. Nu een maatschappelijk debat willen voeren over het graaien uit het sociale spaarpotje van een 86-jarige, vind ik gewoon een poging tot het rechtvaardigen van diefstal; en een debat waarin willekeurig wie – een politicus, een arts, een gezondheidseconoom – in Nederland voor een ander de waarde van zijn leven mag bepalen vind ik op zijn minst onchristelijk – dat zeg ik als niet-christen! – en onethisch.

In “Animal Farm” richtte Orwell zijn pijlen vooral tegen het Rusland van Stalin. Stalin en zijn kliek waren de “pigs” – de varkens – in het verhaal, maar inmiddels gaat het wat mij betreft over onze eigen politici in het algemeen en onze moralisten in het bijzonder – vooral als deze vermomd als “gezondheidseconoom” (een vergelijking met Orwell’s “newspeak” dringt zich op) menen ons collectief gespaarde verzekeringsgeld te moeten herverdelen.
Het Engelse “pigs” kun je volgens mij in dit verband beter met “zwijnen” vertalen.

Socialisme in Nederland: “links denken en rechts vangen”, een uitspraak van Paul van Vliet.
Profetisch, net als Animal Farm.

Toneelgroep Amsterdam speelt “The Fountainhead” »

Ik heb lang uitgekeken naar de aangekondigde voorstelling van “The Fountainhead” door Toneelgroep Amsterdam. Zaterdag 21 juni kon ik ernaar toe, in de Amsterdamse stadsschouwburg, waar de Rabozaal helemaal vol zat en dat vond ik voor dit stuk toch wel bijzonder. Voor de voorstelling om mij heen kijkend naar al dat publiek vroeg ik mij af: hebben die allemaal Ayn Rand gelezen? Weten zij wat “The Fountainhead” voor een boek is? Ik weet natuurlijk dat ik niet de enige objectivist in Nederland ben, maar dit was niet de eerste voorstelling uit de reeks en ik was nog maar net op tijd om de laatste kaartjes te bemachtigen. Weten al die mensen wat hun te wachten staat?
Ik moet zeggen: na de pauze waren er al de nodige toeschouwers naar huis gegaan en tijdens het tweede deel liepen er nog wat mensen tijdens de voorstelling weg voor wie het kennelijk allemaal te veel werd.

Ayn Rand publiceerde “The Fountainhead” in 1943 en gaf daarmee in romanvorm haar ideeën weer van het individu als schepper van, en verantwoordelijk voor, zijn eigen geluk. Zoals ik op deze website al eerder summier heb betoogd vind ik “The Fountainhead” Rand’s beste boek, veel beter dan “Atlas Shrugged”, maar dat hoef je natuurlijk niet met me eens te zijn. Er is heel wat over Ayn Rand en haar boeken op het web te vinden, dus dat laat ik hier zitten; voor de oningewijde lezer verwijs ik naar deze samenvatting van “The Fountainhead”.

Het was kennelijk – volgens de Volkskrantrecensie van Hein Janssen van 17 juni – een lang gekoesterde wens van Van Hove The Fountainhead tot een toneelstuk te bewerken (het boek werd in 1949 al verfilmd), maar dat is een gewaagde onderneming. Rand’s romans (ik neem voor het gemak hier even “The Fountainhead” en “Atlas Shrugged” onder één noemer en laat haar andere werk voor wat het is) zijn weliswaar hoog gewaardeerd door haar vaste aanhang, maar zijn eigenlijk toch vooral bedoeld om haar filosofie in verhaalvorm weer te geven. Daarmee zijn ze wat mij betreft het best te classificeren als “agitprop“, ook al is dat woord interessant genoeg verbonden met communistische propaganda, heel duidelijk níet Rand’s kopje thee. Puur literair gezien zijn er wel betere boeken te noemen, maar Rand lees je in de eerste plaats om wat ze te zeggen heeft en dat is, volgens mij, heel wat.

In het begin van bovengenoemde Volkskrant-recensie lezen we de volgende ietwat merkwaardig lopende zin:

Een waagstuk uiteraard omdat deze ideeënroman van ruim 700 pagina’s allerlei kanten uitwaaiert en thema’s behandelt.

De zin eindigt zo in de lucht, dat ik vermoed dat in ieder geval bij Janssen op het moment dat hij dit schreef de gedachten allerlei kanten uitwaaierden. Dat er thema’s behandeld worden lijkt mij op zich voor een ideeënroman niet zo vreemd. Maar dat Janssen hier het meervoud gebruikt doet vermoeden dat hij het boek van Rand niet gelezen heeft: Rand heeft namelijk maar één thema: de scheppende mens tegenover de parasiet, de “tweedehandsmens”. (Rand wilde het boek aanvankelijk “Second Hand Lives” noemen, maar haar uitgever wees haar erop dat dat het accent verlegd zou hebben naar de karakters in het boek waar Rand nu juist stelling tegen wilde nemen).
Aangezien er maar één thema is en ook Rand’s karakters bijna karikaturaal zijn in hun uitvergroting van volgens Rand gewenste en ongewenste eigenschappen (ik schreef al dat het puur literair gezien ook weer niet zó’n geweldig goed boek is), is “The Fountainhead” als toneelstuk helaas niet erg boeiend. Het monothematische van The Fountainhead maakt dat alles, maar dan ook echt álles wat gezegd wordt steeds weer een herhaling is van de mantra’s van Rand; in het boek vond ik dat indertijd (het is zeker vijftien jaar geleden dat ik het gelezen heb) het meest irritant bij de dialogen tussen Howard Roark en Gail Wynand. In de toneelbewerking van Koen Tachelet was het op die plaatsen aardig – hoewel niet helemaal – weggewerkt, maar het kwam natuurlijk op genoeg andere plaatsen nog onverminderd boven. Zoals bij Ellsworth Toohey, als hij, nog één keer met een aanhaling van Hein Janssen’s recensie in de Volkskrant,”omstandig zijn zegje doet”.

De website van het Holland Festival juicht “Sterrencast speelt Ayn Rands tijdloze bestseller”. En, kijkend naar de namen, het ís ook een ster-bezetting. Maar waren zij in staat van Rand’s ééndimensionale karakters mensen van vlees en bloed te maken? Gesteld dat dat de bedoeling is, natuurlijk. Het Parool kopt: “Ivo van Hove maakt van Ayn Rands ideeële figuren echte mensen”, NRC gaat nog een stapje verder: “Van Hove maakt heilige menselijk”. Dat “heilige” slaat, neem ik aan, op Howard Roark, Rand’s Messias. Dat is natuurlijk lovend, maar het is helaas niet wat ik zag.
Acteur Ramsey Nasr zet Roark neer als wat we tegenwoordig een autist zouden noemen. Gepassioneerd voor de architectuur, jawel, maar dan ook alleen dat. Wel zien we hem vrij laat in de voorstelling met Gail Wynand een biertje drinken.
Halina Reijn – in het algemeen niet mijn favoriete actrice, maar in dit stuk om haar uiterlijk waarschijnlijk de juiste keus – speelt haar rol van Dominique Francon als een neurotisch typje, en haar getuigenis in het proces om de Stoddard Temple doet ze met die irritante “maniertjes” die je steeds vaker bij jonge actrices ziet en die – denk ik – voortkomen uit de GTST-school. Interpretatie van Van Hove neem ik aan; ik had mij Dominique uit het boek voorgesteld als een sterke vrouw, zoals ze later in de voorstelling ook naar voren komt. Daarmee is ze dan wel weer het enige karakter dat zich tijdens de voorstelling ontwikkelt.
Verwarrend, zeker in het begin, vond ik dat Hugo Koolschijn zowel Guy Francon als Henry Cameron speelde; stond hij links op het toneel bij Peter Keating dan was hij Francon, stond hij rechts bij Roark dan was hij Cameron. Ik ken het boek vrij goed; maar zal de Ayn Rand novice dit allemaal zo snel door hebben gehad? Interpretatie van Van Hove? Het moet wel, want ik neem aan dat dit geen bezuiniging is geweest.
Robert de Hoog vond ik als Steven Mallory ietwat gechargeerd overkomen en ook Tamar van den Dop als Catherine Halsey was net iets té veel het simpele gansje – niet erg geloofwaardig. Zeer goed vond ik echter Hans Kesting/Gail Wynand: het prototype van de geslaagde (en ietwat gestresste) zakenman.

De voorstelling is multimediaal vormgegeven en dat is het sterke punt, misschien zelfs wel de redding van deze voorstelling. Je moet echt je aandacht erbij houden! Op een gigantisch speelveld worden de scenes soms simultaan gespeeld, met muziek die live wordt uitgevoerd en projecties die onder andere laten zien wat Roark als architect allemaal ontwerpt. Dat Ayn Rand zich bij haar creatie van Howard Roark heeft laten inspireren door de architect Frank Lloyd Wright is hier goed te zien; zo zie je min of meer voor je ogen het huis Fallingwater ontstaan. De muziek zal wel niet helemaal naar Rand’s smaak zijn geweest. De drukpers op het eind is bijzonder – waar vind je die nog – en de enorme hoeveelheid bandrecorders die ik steeds zag meelopen als Gail Wynand sprak. Ik denk nog even na over de betekenis hiervan, maar ik heb al heel lang geen echte bandrecorder meer gezien!
Echt bijzonder – zonder ironie 🙂 – was de vernietiging van Cortlandt Homes: adembenemend uitgebeeld. Een knap staaltje theatertechniek.
Ik was voor de voorstelling ook erg benieuwd naar hoe het begin zou worden uitgebeeld:

HOWARD ROARK LAUGHED. He stood naked at the edge of a cliff. The lake lay far below him. A frozen explosion of granite burst in flight to the sky over motionless water. The water seemed immovable, the stone flowing. The stone had the stillness of one brief moment in battle when thrust meets thrust and the currents are held in a pause more dynamic than motion. The stone glowed, wet with sunrays

De scene gaat nog even door, en eindigt acht alinea’s verder met een duik van Roark in het meer.
Hoe gaan ze dat vormgeven, dacht ik. Het naakt zal wel geen probleem zijn, maar die rots en het meer?
De oplossing was eenvoudig en doeltreffend: Nasr komt op, gaat zitten aan zijn bureau voor op het podium en begint de eerste alinea’s voor te lezen uit de Nederlandse vertaling. Voor het geval je denkt dat dit saai is: dat is het niet, want al tijdens het lezen gaat er verderop op het toneel van alles draaien, zodat in hoog tempo de eerste honderd bladzijden afgewerkt worden. Dat schiet lekker op, want er is nog een lange avond te gaan.
Dan zijn er de seksscènes. Er is altijd veel te doen geweest om de seks in de boeken van Ayn Rand en vooral om de beruchte “rape by engraved invitation”-scene, de enige scène die volgens mij essentieel is voor het verhaal – wat je er ook verder van vindt. Al deze scenes werden expliciet, maar wat mij betreft niet aanstootgevend in beeld gebracht; het hadden er alleen wat minder mogen zijn.

Wat ik heel erg in de voorstelling gemist heb is humor.
Rand had helaas geen humor; het zit in geen van haar boeken, het zit niet in dit boek en het zit dan ook niet in deze voorstelling, of het moet de

***spoiler alert***

act zijn geweest rond het te vroeg oplichtende “Pauze”-bord.
Waarvan ik serieus dacht dat het echt fout ging in de voorstelling.
tot het

***nog een spoiler alert***

aan het eind nog eens gebruikt werd, om “Roark’s Speech” in te leiden.

Een hele goeie grap, helemaal mijn gevoel voor humor of op zijn minst voor ritme in de kunst.
Eén grap op vier uur mooi, maar bloedserieus theater.

Yernaz Ramautarsing, Nederlands meest spraakmakende objectivist van dit moment, schrijft op zijn Facebookpagina naar aanleiding van de recensie in Het Parool:

Ik zou nog willen toevoegen dat een seksscene of twee minder en iets meer ruimte voor filosofie de uitvoering nog beter had gemaakt

Dat ben ik dus met hem eens waar het de seksscènes betreft; maar nóg meer ruimte voor filosofie? Deze voorstelling moet je – InMyHonestOpinion – zien als een lezing over de filosofie van Ayn Rand – “The Virtue of Selfishness”. Een bijzonder fraai vormgegeven lezing, dat wel. Ik kan wel wat hebben op dat gebied en ik “ken mijn Ayn Rand”. Ik heb de hele voorstelling op het puntje van mijn stoel gezeten, kijkend naar wat er vertoond en luisterend naar wat er gezegd werd, verheugd dat ik na vijftien jaar nog eens in sneltreinvaart door dat boek mocht gaan – er is nog zoveel meer te lezen dan Ayn Rand – en ik wist bijna alles nog, soms zelfs woordelijk.
Maar dat geldt voor míj.
De onvoorbereide theaterbezoeker, die denkt een avondje uit te gaan naar “het toneel” en voor wie deze voorstelling de eerste kennismaking met de ideeën van Ayn Rand is, heeft een zware avond voor de boeg.

P(r)ietPraat »

De Zwartepieten-discussie komt zo langzamerhand mijn neusgaten uit….

Als je aan Sinterklaas gaat schaven kun je hem beter afschaffen

Dat viel vanochtend als citaat in de Volkskrant te lezen, opgetekend uit de mond van singer-songwriter Theo Nijland. En ik ben het met hem eens.

Sinterklaas is al heel lang niet meer het leuke kinderfeest. Het is niet langer nodig om kinderen een beetje op hun nummer te zetten als ze hun bordje niet leegeten of wel eens stout zijn. En de cadeautjes zijn al helemaal niet meer nodig. Kinderen zijn in het algemeen verwende ettertjes geworden, die gewoon alles al hebben, vaak – als het om gadgets gaat – meer dan hun ouders.

De winkeliers wrijven hebberig in hun handen en beginnen in september al hun snoepgoed in de winkel te leggen en in het geval van Smart Bit hun politiek-gendertechnisch incorrecte reclame-folders te verspreiden. Op vijf december zo rond 16.00 uur, terwijl sommige nerveuze ouders met drukke banen nog snel hun laatste inkopen willen doen om hun kroost de volgende ochtend niet voor schut te zetten tegenover hun klasgenoten, wordt de sinterklaasversiering al weggehaald en snel vervangen door kerstspullen, want de decembermaand is maar 25 dagen kort en zo veel tijd om winst te maken is er dus niet.

Het is dan wel crisis, maar we hebben het luxe genoeg om te discuzeuren over Zwarte Piet en of dat “zwart” nog wel van deze tijd is. Een regenboogpiet moet het worden. Omdat een groep nieuwe medelanders zich gediscrimineerd voelt. Wat natuurlijk niet de opzet achter het leuke Sinterklaasfeest is geweest, het is gewoon een overblijfsel uit andere tijden. Toen je – héél lang geleden – nog “nikker” mocht zeggen tegen wat later een “neger” moest worden genoemd en nog later een “zwarte” en het inmiddels zover is dat we geen “negerzoenen” meer mogen eten zolang ze zo heten en je de gekleurde medemens helemaal niet meer durft te benoemen omdat je niet weet of je het nog wel correct zegt. Het woord “allochtoon”? Stigmatiserend! Wat dan toch iets anders is dan discriminerend. Nieuwe Nederlanders noemen wij hen dan maar tegenwoordig.

De Volkskrant besteedde vanochtend wéér anderhalve pagina aan opinievorming rond de Pieten-prietpraat en dat is al een paar dagen aan de gang. 🙁 Is er geen nieuws meer?

Clous van Mechelen, liedjesschrijver en muzikant zegt

We zijn met z’n allen knettergek aan het worden, hier moet u mij maar niks over vragen.

Nou ja, het was hem dus al gevraagd en hij had eigenlijk ook al geantwoord, dus ik quote het toch maar even.

Tegen gekte helpt alleen humor. Zoals de column van Martijn Koning: “Het Sinterklaasfeest is kapot”, afgelopen zaterdag bij Spijkers met Koppen. Lekker faut, maar wel leuk

Sinterklaas is ongemerkt al naar Kerst verschoven, dus dat moeten we maar doorzetten vind ik. Als de magie eraf gaat door een paar ZielePieten, nieuwe Nederlanders en andere politiek-correctelingen, en het eigenlijk hoe dan ook alleen nog om de economie gaat, dan hoef ik niet meer.

Alleen Kerst dus. Het verschil tussen Sinterklaas en Santa Claus is niet zo groot.
En nu rustig afwachten tot de Partij voor de Dieren zich op het kerstverhaal stort; al die rendieren die SantaClaus moeten trekken, is dat niet sneu? En ik vind persoonlijk eigenlijk ook dat het lied “Rudolph, the Red-nosed Reindeer” niet meer kan, vanwege alle kinderkens die ooit gepest zijn geworden door hun klasgenootjes en daar slechte herinneringen aan over hebben gehouden. En SantaClaus zelf is natuurlijk te dik, geen goed voorbeeld voor onze jeugd. En waarom zijn het trouwens geen vrouwen?

We kunnen nog decennia voort.

De revival van Ayn Rand »

Twee heruitgaven van Ayn Rand’s belangrijkste boeken: “Atlas Shrugged” vertaald als “De kracht van Atlantis” en “The Fountainhead” vertaald als “De eeuwige bron”.
En vandaag een recensie van “De kracht van Atlantis” (“Het invloedrijkste boek na de Bijbel”) onder de kop “Leve het Egoïsme” in De Volkskrant. Door Wilma de Rek, die er kennelijk ietwat oppervlakkig kennis van genomen heeft. Rand’s Egoïsme wordt beter beschreven in “The Fountainhead” (De eeuwige bron), terwijl “Atlas Shrugged” (Atlantis) meer gaat over het kapitalisme als ideale maatschappijvorm. Ethiek en Politiek.
Het is interessant dat de belangstelling voor Rand weer toeneemt: we zijn kennelijk weer een beetje aan het verrechtsen. Of dat nu een derde vertaling van “Atlas Shrugged” rechtvaardigt (het werk werd eerder vertaald als “Wereldschok” – deze uitgave staat bij mij in de boekenkast – en “Atlas in staking”) weet ik niet, maar het is nogal een gedurfde onderneming in een tijd waarin er sowieso niet veel meer gelezen wordt van uitgeverij Luitingh Sijthoff, die Ayn Rand op de overigens vrij kinderachtige cover als “de auteur van de bestseller “De eeuwige bron” aankondigt.

Ayn Rand heeft wel het een en ander te zeggen, dus lezing kan alleen maar aanbevolen worden, maar dan raad ik toch het meest “The Fountainhead” aan. En eerlijk gezegd: als je intelligent genoeg bent om haar filosofie, die bepaald niet voor bangerikken is, te begrijpen, heb je waarschijnlijk ook wel voldoende in huis om het in het Engels te lezen. Wat dat betreft vind ik de goedbedoelde poging van de uitgeverij een beetje zinloos. Al komt het ongetwijfeld meer voort uit de berekening dat door de stijgende populariteit van Rand in de US wellicht ook in Nederland een graantje mee te pikken valt, in plaats van uit idealisme. Hetgeen in al zijn Kapitalisme dan weer heel Randiaans is.

Ik mag altijd graag een vergelijking trekken tussen Ayn Rand en Jean Paul Sartre. Deze twee tegengestelde filosofen hebben ook wat overeenkomsten: beide schreven ook romans om hun filosofie bij een groter publiek ingang te doen vinden. Laat ik zeggen dat ik de filosofie van Rand beter vind, maar de romans van Sartre prefereer boven de als uit graniet gehouwen en tamelijk ééndimensionale boeken van Rand.

Interessant in dit verband is ook dat Leonard Peikoff (Rand’s leerling en zelfbenoemde intellectuele erfgenaam) in zijn standaardwerk over de filosofie van Ayn Rand (“Objectivism, the Philosophy of Ayn Rand”) overweegt dat de beste term voor de door Rand ontwikkelde filosofie “existentialisme” zou zijn geweest, als hij op pag 36 schrijft:

None of the standard terms applies to the Objectivist metaphysics. All the conventional positions are fundamentally flawed, and the ideal term—“existentialism”—has been preempted (by a school that advocates Das Nichts, i.e., nonexistence). In this situation, a new term is required, one which at least has the virtue of not calling up irrelevant associations

Maar het meest interessant vind ik dat zowel Sartre als Rand niet in staat waren voor 100% naar hun eigen filosofie te leven, noem het “kwade trouw”. Zo las ik op Facebook, naar aanleiding van een aankondiging van de presentatie van de Atlantis-vertaling een reactie van André van der Meer:

Grappige anecdote: mevrouw Rand was uit hoofde van haar gedachtengoed, tegen iedere vorm van staatshulp, dus ook sociale uitkeringen en subsidies. Mevrouw Rand had echter de ongezonde gewoonte om twee pakjes sigaretten per dag weg te paffen. Ze geloofde absoluut niet in het verband tussen longkanker en roken. Toen ze dus uiteindelijk longkanker kreeg, kon ze de kosten voor de behandeling niet betalen en moest er dus een uitkering worden aangevraagd. Die uitkering werd toen ingediend op naam van haar man, om gezichtsverlies te voorkomen…

Verkiezingsspotje Libertarische Partij »

De Libertarische Partij doet mee aan de verkiezingen.
Daarvoor is een spotje gemaakt, in de stijl van de voetballende filosoof J. Cruijff.

Ik zou er graag iets aardigs over schrijven, maar dat zit er toch niet in. Democratie en Libertarisme gaan volgens mij niet zo goed samen. Dus denkt de libertarier in mij: waarom wil je zonodig meedoen met de verkiezingen? Wat heb je in de kamer te zoeken?

Je denkt natuurlijk: alle kleine beetjes helpen; iets is toch beter dan niets? Jawel, maar je moet toch compromissen sluiten en daarmee je eigen principes in de uitverkoop gooien. Zoals ik in mijn vorige blogpost al schreef, ben ik een voorstander van Deep Anarchy.

Een man vraagt aan een hem onbekende vrouw op een terras of zij voor zes miljoen euro met hem naar bed wil. Nou, voor dat geld wil zij wel. Daarna vraagt de man of zij dat ook voor duizend euro wil; “meneer ik ben geen prostituee!” zegt zij geschokt. Waarop de man zegt: “dat heeft u zojuist al toegegeven, we onderhandelen nu over de prijs”.

Mijn punt is het volgende: Libertariers beschouwen belasting heffen als diefstal. Lagere belastingen is natuurlijk wel minder belasting, maar een kleinere diefstal blijft een diefstal. En willen we niet allemaal meer vrijheid. Ja! Maar hoe definieer je die vrijheid (libertariers definieren vrijheid in eigendomsrecht). En “minder regels”, betekent dat niet dat er toch regels zijn (het gaat natuurlijk vooral om wie die regels mag bepalen! Wie mag bepalen wat goed voor mij is?).

Het klinkt mij als de laatste sneue uitspraak van Agnes Kant, bij Pauw en Witteman de avond voor zij haar aftreden als partijleider van de SP bekend maakte in een laatste wanhopige poging de SP aan de kiezer te verkopen: “De SP is ook voor beter onderwijs”. Ja dat zeggen alle partijen en iedereen wil het, maar het gaat natuurlijk om de maatregelen. (De uitspraak ging dan ook verloren in de retoriek van de andere verkiezingskandidaten; niemand vond het de moeite waard erop te reageren).

Een kleinere overheid? Dat zou toch mooi zijn? Toegeven: er zijn twee soorten libertariers: de anarchisten en de minarchisten – de voorstanders van de nachtwakerstaat). De LP-ers die zich verkiesbaar hebben gesteld zijn dus in ieder geval voor een overheid. Het zou dan wel een minimale overheid moeten worden, die uitsluitend bestaat uit LP-politici, wil er nog iets van de libertarische principes overeind blijven. Dan zouden ze vervolgens de laatste stap kunnen zetten en de overheid – zichzelf dus – afschaffen.

Maar of ze dat nog willen als ze eenmaal het pluche gevoeld hebben… Want macht corrumpeert – voorbeelden te over. En daarom zeg ik: jongens, geef je niet af met die lui.

Het spotje is overigens, als je eenmaal aan de zeikerige toon van de pseudo-Cruijff gewend bent, wel leuk.

 

Deep Anarchy »

Tijd niet gepost, zelfs al zo lang niet gepost dat ik een verzoek kreeg van twee objectivisten om de domeinnaam over te mogen nemen en het Nederlands Objectivisme nieuw leven in te blazen.

Goed bedoeld, maar ik ben te trots op deze website en de domeinnaam om er zomaar afstand van te doen. Ik was gewoon even bezig met andere zaken – “tijd is prioriteit”. Bovendien wilden de heren naar mijn idee het geheel teveel politiek inkleuren; objectivisme is een complete filosofie, waarin politiek slechts één-vijfde deel inneemt. En laat ik nou net politiek gezien geen volgeling van Ayn Rand zijn; Rand was voor een minimale regering, ik zie het liefst geen regering. Noem mij anarchist, al is dat woord helaas besmet met rotzooi trappen.

Kortom: ik ben niet zo goed met delen en blijf deze website dus lekker zelf beschrijven, ook al zal het niet overlopen. Maar het goede nieuws voor de anderen is: er zijn tegenwoordig heel wat fora waarop je je ei kwijt kunt, vooral als het kort moet. En het wordt steeds korter – microbloggen heet dat.

En dus zag ik op Facebook via Endless Vibrations dit mooie plaatje – aanleiding voor deze eerste post sinds lange tijd:

Zie je die man die als eerste wegloopt? Dat ben ik!
Deep Anarchy heet dat. Politici zijn er dankzij de mensen die ze de macht geven. Niet doen, zou ik zeggen – gewoon negeren.

Speed-reading “Atlas Shrugged” »

Zoals ik hier en daar op deze website al eens betoogd heb, vind ik “Atlas Shrugged” – de bijbel van het Objectivisme – zo’n 1000 pagina’s te lang. In tegenstelling tot “The Fountainhead”, ook een dikkerd, maar dan een die goed is voor heel wat aangename uurtjes

De kern van Atlas Shrugged zit voor mij in “Galt’s Speech” – lees die ca 70 pagina’s en je hebt ongeveer een “Field Guide to Objectivism“. Kun je verder met je leven.

Nu “Atlas Shrugged” verfilmd is, is er ook op YouTube de nodige activiteit rond deze film: een trailer, een filmpje met het John Galt-thema van de filmmuziek en, een reeks quotes van John Galt. Erg goed, die quotes, al moet je óf verdomd snel lezen (dat kan ik, maar kennelijk niet snel genoeg) of af en toe de pauze-knop gebruiken. Nou ja, die zit er niet voor niets. De muziek – “Divano” van Era, voor zover ik weet niet uit de film – maakt het af.

Jammer dat er af en toe wat foto’s van Ayn Rand tussendoor zitten; zij moet een onaangename vrouw geweest zijn en dat is te zien.

“Anthem” als Graphic Novel »

Er komen steeds meer boeken uit als graphic novel – wat mij betreft eigenlijk een veredeld stripboek. Ik lees graag strips, daar niet van en ik heb vorig jaar erg veel plezier beleefd met de graphic novel “Logicomix – een epische zoektocht naar de waarheid“.
Nu is dan Ayn Rand’s “Anthem” uitgebracht, natuurlijk een stuk eenvoudiger uit te brengen dan “The Fountainhead” of “Atlas Shrugged”, twee dikke pillen met een taalgebruik van gewapend beton.  “Anthem” is een dunnetje.

Aside from the simplistic theme (individuality is good) and the implied theme (governments will try to wipe out individuality), “Anthem” is a fun little story of one guy fighting the system, and this format makes for an entertaining read. – Via The Charleston Gazette.

Met die thema’s ben ik het helemaal eens, maar Rand is helaas niet zo’n goede romanschrijfster, en “Anthem” blinkt dan ook uit door saaiheid. Persoonlijk heb ik niet zoveel met het boekje, dus ik zou het niemand aanraden. De stripversie gaat dat misschien veranderen.

De graphic novel is geschreven door Charles Santino, en gëillustreerd door Joe Staton.
Recensies:

Cameras role on ‘Atlas’ »

Ze zijn al zo lang bezig met een film naar Ayn Rand’s boek “Atlas Shrugged”, dat ik eigenlijk niet geloof dat het er ooit van gaat komen. Zelf zou ik ook meer geinteresseerd zijn in een remake van “The Fountainhead””, maar wie ben ik.
Hoe dan ook: de opnames zijn begonnen:

Cameras role on ‘Atlas’
Production ends 30-year trek to bring pic to screen
By Dave McNary
Jun. 14, 2010

The long-brewing feature version of author Ayn Rand’s “Atlas Shrugged”
has begun shooting in Los Angeles as a $5 million indie produced by John
Aglialoro and Harmon Kaslow.

Cameras began rolling over the weekend on a five-week shoot for “Atlas
Shrugged Part One” with Paul Johansson directing from Brian Patrick
O’Toole’s script. Aglialoro would have lost the feature rights if the
film wasn’t in production by Saturday.

A spokesman for Aglialoro — the CEO of exercise equipment producer
Cybex — said there will be at least one more “Atlas Shrugged” shot
after the current film’s completed. Rand’s massive novel is divided into
three parts, each consisting of 10 chapters.

“Atlas,” published in 1957, takes place in a dystopian version of the
U.S. in which society has collapsed as the government gains increasing
controlover industry. The decline occurs while the most productive
citizens, led by John Galt, begin vanishing.

Johansson (“One Tree Hill”) portrays Galt. The lead role of railroad
executive Dagny Taggart has gone to Taylor Schilling (“Mercy) and the
part of Henry Reardon is being played by Grant Bowler (“Ugly Betty”).

Michael Lerner (“A Serious Man”) portrays lobbyist Wesley Mouch and
director Nick Cassavetes has signed on for the Richard McNamara role.
Other key cast include Matthew Marsdan as James Taggart and Graham
Beckel as Ellis Wyatt.

“Atlas” also stars Edi Gathegi, Jsu Garcia, Rebecca Wisocky, Ethan Cohn,
Patrick Fischer, Neill Barry, Christina Pickles and Nikki Klecha.

There have been unsuccessful attempts to bring “Atlas Shrugged” to the
bigscreen and TV dating back to the 1970s.

In 2007, Angelina Jolie was to star in a Lionsgate version, with Vadim
Perelman directing and rewriting “Atlas Shrugged” from a script penned
by Randall Wallace. Husband-and-wife team Howard and Karen Baldwin and
Media Talent Group’s Geyer Kosinski were set to produce.

Why I Am Not an Objectivist »

Is de titel van een blogpost van Anne C. Heller, schrijfster van het boek “Ayn Rand and the World She Made“.  Ze heeft ook een weblog, met interessante artikelen. “Why I am not an Objectivist” gaat eigenlijk over een oud thema, namelijk de vraag of je alles wat Ayn Rand beweert ook letterlijk moet onderschrijven – of mag je een afwijkende mening hebben over details en jezelf toch objectivist noemen?

Toward the end of my recent interview on The Atlasphere, Kurt Keefner asked me whether I am an Objectivist. I answered no.
[…]
I don’t agree that man (qua man!) is the overweening value in the universe. In this scheme of things, to demand to breathe clean air is to be anti-industry and anti-reason. To love open fields and the smell of the earth is to hate mankind. While I agree with Rand that science and the profit motive may eventually combine to resolve some of the problems that science and the profit motive have created, I don’t want children, old people, or poor people to die while we wait. I favor government regulation.

While “man” may not be–-is surely not–-”the means to the ends of others” [“Introducing Objectivism, ” in The Objectivist Newsletter from August, 1962], neither is he “an end in himself.” Putting aside Rand’s notion that “there are no conflicts of interests among rational men” (which even Alan Greenspan renounced in 2008), this gives me license not only to litter (alongside James Watts) but also to steal (with Goldman Sachs). This is what Whittaker Chambers was driving at when, in his 1957 review of Atlas Shrugged, he wrote, “So Randian Man, at least in his ruling caste, has to be held ‘heroic’ in order not to be beastly.”

According to Rand’s now-elderly New York City doctor, Murray Dworetski, Nathaniel Branden once told him that all streets and roads should be in private hands. But how would that work? Dworetski asked. People would pay tolls, said Branden. Dworetski remembered laughing. Would each city street–-61st, 62nd, Lexington Avenue, 112th Street–-be owned by a separate individual charging a separate toll? Perhaps, said Branden, apparently not seeing the humor or the resulting traffic jams.

I have learned a lot from Rand–-that people’s wishes are not necessarily my commands, even if I sympathise with them; that duty can be a logical trap. I appreciate her dedication to principles, to freedom, and to civil liberties. But I also like the social contract that requires that we maintain public spaces and educate everyone, including those who wouldn’t or couldn’t educate themselves, and that we not let our civil society become unbalanced by too great a division between the rich and the rest of us.

Is het blog zelf al interessant genoeg, het genereert ook interessant commentaar, zoals deze van Nicholas Cloud, een software-ontwikkelaar met de mooie objectivistische tag-line: Existence is identity, consciousness is identification:

I consider myself an Objectivist, but I’ve never taken Rand in totality, always contextually. I think she was right about objective reality, but considering the viewpoints of others, even those that disagree with us, can help us to understand how they are seeing reality, and gives us at least a better approach to addressing their viewpoint. Sometimes they can even see things about reality that we miss.

Also, while I do not believe that “evaluating moral ideas by their effects in the lives of those who try to practice them” is a legitimate approach to determining the validity of those moral ideas, it *does* provide a feedback mechanism whereby we might ask if our moral ideas need to be refined, or helps us identify faulty premises that people are trying to reconcile with those moral ideas (which would lead to cognitive distress).

Finally, on the issue of privitizing roads, I refer you to Walter Block who has very interesting solutions to this problem: http://www.youtube.com/watch?v=XUA4h8ctNWM