Main Content RSS FeedRecent Articles

Bruce Schneier on Security »

Op zijn Blog over Privacy op het Web geeft Bruce Schneier een reactie op een interview dat Eric Schmidt (Google CEO) had met Maria Bartiromo (CNBC) over Google en de manier waarop deze zoekgigant omgaat met onze privacy. Schmidt’s standpunt is

“If you have something that you don’t want anyone to know, maybe you shouldn’t be doing it in the first place.”

Daar is iets voor te zeggen natuurlijk.
Maar de reactie van Schneier is ook zeker het overdenken waard:

Privacy protects us from abuses by those in power, even if we’re doing nothing wrong at the time of surveillance.
(…)
Too many wrongly characterize the debate as “security versus privacy.” The real choice is liberty versus control. Tyranny, whether it arises under threat of foreign physical attack or under constant domestic authoritative scrutiny, is still tyranny. Liberty requires security without intrusion, security plus privacy. Widespread police surveillance is the very definition of a police state. And that’s why we should champion privacy even when we have nothing to hide.

New Scientist’s plan for a better world »

Via New Scientist
BLUEPRINT FOR A BETTER WORLD

We live in an imperfect world. Poverty, disease, lack of education, environmental destruction – the problems are all too obvious. Many people don’t have clean water, let alone enough food, and the unsustainable lifestyle of the wealthy few is storing up catastrophic climate change.

Can we do anything about it? You bet we can. Technology is a double-edged sword, but science and reason have made our lives immeasurably better overall – and only through science and reason can we hope to make a real difference in the future. So here and over the next three weeks, New Scientist will explore diverse ideas for making the world a better place, and the evidence backing them.

This week, we look at some radical ideas for transforming society and changing the way countries are run. We also examine the state of the world as it is today, to see whether things are getting better or worse.

Next week, we’ll report on what you as an individual can do to make a difference. Then we’ll explore what many see as the fundamental problem: overpopulation. And finally, we’ll ponder the profound and long-lasting changes we are making to our home planet.

Er zijn wel enige interessante – hoewel niet echt radicale – ideeen, maar het nadeel is dat overal wel een overheid voor nodig is om toezicht te houden op de naleving van deze voorstellen.

Beware of common sense

Good intentions are not enough. If leaders and governments are serious about achieving their aims, they must base their actions on hard evidence

Legalise drugs

Far from protecting us and our children, the war on drugs is making the world a much more dangerous place

Give police your DNA

Whose DNA profiles should police be allowed to keep in their databases? The only fair and effective answer is everybody’s.

Redefine the bottom line

Governments need to find better ways of measuring progress than simply looking at wealth

Find out if we can cool the planet

We need to do our homework rather than assume geoengineering can stave off disaster

Tax carbon and give the money to the people

Goods should be taxed to reflect the damage they do to the planet, with revenues redistributed to society

Learn to love genetic engineering

The technology environmentalists love to hate really could play a big role in saving the planet

End the pillaging of the high seas

To have any chance of saving the oceans’ richness as climate change kicks in, we have to put a stop to the free-for-all out on the open oceans

Generate a feed-in frenzy

Paying people who generate green energy and feed it back to the grid is the best way to boost uptake of renewable energy

Take Friday off… forever

The four-day week could boost employment, save energy and make us happier

Erg inspirerend vind ik ook deze pagina:
Better world: Big thinkers, big ideas Daarin bijvoorbeeld dit voorstel:

The best way to make the world a better place is to make it not the only place for us.

We should establish a self-supporting colony on Mars. That would make us a two-planet species and improve our long-term survival prospects by giving us two chances instead of one. It would change the course of world history – you couldn’t even call it world history any more.

We should do this before money for the space programme runs out.

J. Richard Gott, astrophysicist, Princeton University

Googles “Bieb van de toekomst” »

Uitgevers vrezen een digitaal monopolie van Google, dat miljoenen boeken scant en op internet zet

Beter dan verbieden lijkt mij: concurreer eens mee! Waarom doet Google dit? Het gaat om boeken waarvan de auteursrechten nog niet zijn verlopen, maar die door de uitgevers niet meer de moeite waard worden bevonden om uit te geven. Naar de bieb dus, of hopen op een tweedehandsexemplaar als je zo’n boek wilt lezen.
Nu is er dus, sinds enige tijd, een derde optie: Google. Ik heb daar met mijn liefde voor boeken en informatie al meerdere malen van mogen profiteren en heb dat ook al eens beschreven. Een goede zaak!
De uitgeverijen, die de macht lekker in handen dachten te hebben en houden, hebben nu het nakijken. Ze hadden natuurlijk ook zelf die boeken in e-books versies kunnen uitgeven, maar zo snel denken ze daar niet. Nu Google al die literatuur beschikbaar gaat stellen knijpen ze hem; dankzij het internet is de reguliere boekhandel en alles wat daar aan Middeleeuwse gilde-structuren bijkomt – straks overbodig.
Het NUV (Nederlands UitgeversVerbond) tracht zich nog te beroepen op het omgekeerde systeem dat Google hanteert, waarbij auteurs en uitgevers niets wordt gevraagd, maar zelf bezwaar moeten aantekenen. Beetje inconsequent; toen Ab Klink het electronisch patientendossier instelde en iedereen daarin opnam tenzij je bezwaar maakte (wat ik gedaan heb), werd er positief gereageerd: waarom werd dat ook niet zo gedaan met het (nier-)donorschap? Kijk: daar was ik nou weer op tegen: het gaat bij het donorschap om de zeggenschap over het eigen lichaam, zelfs als je dood bent het ultieme privé-eigendom, maar in het geval van Googles wereldbieb gaat het om “ons” cultuurbezit. Of is er nu ineens een auteur die niet gelezen wil worden? Het zijn de uitgeverijen die de ontsluiting van dit cultuurgoed tegenhouden als het voor hun niet winstgevend genoeg is.
Het is niet langer tegen te houden: het internet heeft voor een vrije informatie-voorziening gezorgd. Opslagruimte kost in het digitale tijdperk bijna niets meer, itt papier en drukinkt. Beter dan te jeremiëren over “rechten” waar niets meer mee wordt gedaan (dáár zijn de auteurs de dupe van!) is het om zelf in het gat te springen en de boeken uit het eigen fonds online beschikbaar te stellen. Want het is inderdaad wel zorgelijk als Google straks de enige is die de wereldbibliotheek in handen heeft. Maar dat is toch nog altijd beter dan een zekere tocht naar de kelders der vergetelheid.

Oog om oog… »

Iraanse man krijgt zuur in ogen als straf

Een jonge Iraanse raakte blind toen een afgewezen huwelijkskandidaat zuur in haar ogen gooide. Ze pleitte ervoor dat de dader werd bestraft met hetzelfde lot. De rechter gaf haar gelijk.
(…)
Een van haar afgewezen aanbidders, Majid Movahedi, zette haar leven vier jaar geleden volledig op zijn kop door zwavelzuur in haar gezicht te gooien. Het was het begin van een lange lijdensweg die haar blind achterliet. Haar aanvaller kreeg enkele weken geleden van een Iraanse rechtbank te horen dat als vergelding voor zijn daad zwavelzuur in zijn ogen zou worden gedruppeld.

Ja, dat is niet kinderachtig.

Internationale media beschreven het vonnis als het zoveelste voorbeeld van Iraanse mensenrechtenschendingen, (…)

Dat is nou ons beschaafde Westen: de mensenrechten van de dader moeten gerespecteerd – terwijl de dader zelf zich helemaal niets van mensenrechten voor zijn slachtoffer aantrekt. ‘t Is natuurlijk hard, maar dat is het voor Bahrami (30) ook. Wat ik zo op de foto zag was ze trouwens niet alleen blind, maar ook nog behoorlijk verminkt.

Ik zou er niet graag voor pleiten om hier ook een “oog om oog”-beleid toe te passen. Maar ik zou zo graag van de protesterende media willen horen welke straf wel voldoet. Een jaartje of twee zitten?

The World Owes Me A Living »

Quotes, altijd interessant. Ik heb een abonnementje op de RSS feeds van Freedictionary, daar zitten ook dagelijks quotes in. De uitspraken van Mark Twain, die we natuurlijk vooral kennen als de schrijver van Tom Sawyer, zijn altijd goed voor diepere gedachten. Zoals deze, die ik vandaag aantrof:

Don’t go around saying the world owes you a living. The world owes you nothing. It was here first. – Mark Twain (1835-1910)

Ik herkende deze uitspraak van mijn geliefde boek “Looking Out for # One” van Robert Ringers. Ik heb al eens over dit boek geschreven. Even van mijn boekenplank halen, ver weg inmiddels want de inhoud van het boek heb ik mij volledig eigen gemaakt.

A person who has the absurd notion that anyone, particularly “the world” owes him anything is destined not only for a lifetime of failure, but tremendous bitterness and frustration as well. Until such a person gets such a presumptuous notion out of his head, he’ll never get out of the starting gate, much less succeed

Nou denk je natuurlijk weer: egoïsme! Inderdaad, die mooie filosofie, die helemaal niets met grijpen en graaien te maken heeft. In de omschrijving van Ayn Rand is egoïsme:

Egoism – rational self-interest – is the correct policy -’selfishness’. Involves not sacrificing yourself to others, nor sacrificing others to oneself. Man’s life is not ruled by conflict, it does not require martyrs. Neither does egoism rule out caring for those whom you value.

Als Ringers het bijvoorbeeld over liefde heeft, past hij hierop zijn “The-World-Owes-Me-A-Living-theorie” als volgt toe:

It goes without saying that you can’t afford to forget your lover’s Weight-and-Balance Happiness Scale, either. This definitely is the wrong area for yo to become an unthinking victim of the World-Owes-Me-A-Living Theory. I’ll tell you exactly how much love you can expect from a lover: the exact amount you earn. You can never be free to enjoy the goodies in life unless you seek to earn everything you wish to receive. That goes for money; it goes for friendship; it goes for self-respect; it goes for love. (p. 291)

En ik denk even aan een tekst uit de musical “Oklahoma”:

If you can’t give me all, give me nothing,
and nothing’s what you get from me

en weer terug naar Ringers, als hij het, meer algemeen, over vriendschap heeft:

Therefore, when you “sacrifice” for a friend, it is, hopefully, a conscious, rationally selfish action on your part. It’s a goodwill gesture towards another person whose friendship gives you pleasure.

Succes, zakelijk en privé, gaat altijd met een investering van eigen kant gepaard. Het is een van de zes afgeleide deugden van Ayn Rand:

Independence is one’s acceptance of the responsibility of forming one’s own judgments and of living by the work of one’s own mind, it is an orientation towards reality, not towards living off of others.

Een rationele kijk op de menselijke verhoudingen is de beste kans op geluk:

In existential terms, the moral man’s reward is life.
In emotional/spiritual terms, the concomitant reward is happiness.

AEIOU »

Ja, het deed mij eerst ook denken aan mijn verre verleden als katholieke jongen toen ik in de mooie Gregoriaanse zangboeken na het Gloria Patri de afko “euouae” zag staan en daarop de tekst “Et In Saecula Saeculorum, Amen” moest zingen. Ik schaam me niet voor dit verleden: ik heb mijzelf immers genezen (al ging dat niet zonder slag of stoot) en hoewel ik een zwak plekje voor Gregoriaans in mijn muzikantenhart heb gehouden, bleken de klinkers niets met het Gloria Patri te maken te hebben.

Daarna dacht ik nog dat het een echolaliaanse tekst was van een Tourette-patient. De koordirigent in mij zag onmiddelijk dat het alle vijf klinkers waren die ik zo goed uit Hellwag’s klinkerdriehoek ken. Helaas, weer mis.

Deze vijf magische letters zijn de vijf polen van mijn psychologische ego: Ik ben, volgens de Breyers-Devere Probe of Human Worth (BDPHW) een Absolutistische, Egoïstische, Intelectualistische, Optimistische Übermensch.

Che?

Moral Absolutist (A) vs. Moral Relativist (R)

Moral absolutists believe in an absolute moral structure, usually based upon a religion or a dubious belief-system such as Freudianism and Marxism. They are apt to use phrases such as “It’s only right!”

Relativists believe that morals are relative to a situation, and can rarely make expedient business decisions, or even decide where to have dinner.

Egoists (E) vs. Team-Players (T)

Egoists perform best in individual endeavors such as the arts, in which it is imperative that one consciousness grasp the whole undertaking. They also relate everything you say in terms of events in their own lives, no matter how remote the connection.

Team players function best in a team environment, but they may or not be leaders (See Übermensch). Team Players may be sheep who hide their mediocrity in the crowd.

Intellectual (I) vs. Feeler (F)

Intellectuals approach problems with thought, but can’t even eat a sandwich without telling you about some book you never read.

Feelers respond emotionally and immediately, and do not tend to filter experience through their logical faculties. Feelers want their feelings affirmed, and understood, but rarely analyzed, especially by intellectuals, and certainly not be Absolutist Intellectuals.

Optimist (O) vs. Pessimist (P)

Optimists believe the universe tends toward progress, and usually carry themselves in a happy manner that is especially irksome to pessimists.

All pessimists believe that they are realists, and that their individual world is programmed for defeat.

Übermensch/Überfrau (U) vs. Sheep (S)

Übermenschen (”overmen”) have overcome self-doubt, and do whatever they do confidently; they are the leaders of the team if Team-Players, and often are blazingly original minds if Egoists. Masters of themselves, they refuse to be dominated by (or even interested in the lives of) other people.

Sheep, whatever their other qualities, follow the herds, and try to hide their indelible mediocrity. Sheep who are also Team Players, function well in such a milieu, while Egoistic Sheep always make noises about being better than the other sheep and being Übermensch material, but seldom are.

Op wie lijk ik dan? Ieder mens is natuurlijk uniek, maar ik kom het meest overeen met Theodoor Roosevelt en Alan Greenspan. Niet de minste. Qua beroep zou ik Televisie-evangelist moeten worden, of een “smiling Butler” in de stijl van Ayn Rand. Ayn Rand klopt wel, maar die butler, of erger nog, die evangelist….nou nee.

Trouwens even nog gezocht naar de “smiling butlers” vond ik dit op Noodle Food, een website van Diana Hsieh:

This “Strange Bedfellows” article first caught my attention for its bizarre understanding of Ayn Rand. Here’s how it starts:

In the mid-20th century a brash author, Ayn Rand, wrote two best selling novels, The Fountainhead (1943), and Atlas Shrugged (1957). Rand was the consummate economic conservative. In her world the good guys were entrepreneurs, tycoons who bought land, built factories, and lived in lush splendor. She hated taxation, hated government, hated anything that stood in the way of strong people who got what they wanted. Billboards and smiling butlers were the symbols of virtue in Rand’s world. There were no other. Her bold, courageous capitalists slept around at will, as promiscuous as pit bull terriers. Mom and dad, church on Sunday, or anything that smacked of charity was for liberal do-gooders.

I love the bit about “smiling butlers,” since nary a butler appears anywhere in Ayn Rand’s fiction, as far I recall. (I searched the Objectivism Research CD-ROM for the term “butler” but came up with no hits.)

Just for the record, I should say that Ayn Rand opposed coercive taxation, advocated limited government, and championed the individual rights of all, including producers. That’s a far cry from “hat[ing] taxation, hat[ing] government, hat[ing] anything that stood in the way of strong people who got what they wanted.” Although I’m not exactly sure how promiscuous pit bull terriers are, none of Ayn Rand’s heroes were “casual and unrestrained in sexual behavior” by any stretch of the imagination.

The article is equally inaccurate in its characterization of capitalism. However, the delicious irony is that its basic point — that the altruism of Christianity is inconsistent with capitalism — is from Ayn Rand herself. But don’t get too excited… it advocates abandoning capitalism for Christianity.

Hufterigheid »

Politica Femke Halsema heeft een boek geschreven: “Geluk” over haast, hyperconsumptie en hufterigheid. Ze schreef er ook een paginagroot artikel over in de Volkskrant van 15 november. Halsema mag dan niet mijn favoriete politicus zijn – welke politicus is dat trouwens wel? – met haar analyse ben ik het grotendeels eens.

Behalve dan dat hufterigheid niet alleen in ons, gewone burgers, zit. Integendeel: misschien is hufterig gedrag wel de enige mogelijkheid om in de huidige maatschappij waarin de politiek ons met een rigoreus lik-op-stukbeleid probeert er onder te houden een beetje overeind te blijven.

Zo stond er drie dagen later in de krant over drie motoragenten die een dame die haar hondjes uitlaat controleren op haar identiteitsbewijs. Niet bij zich zo dicht bij huis – € 60 boete! Tja, wetten zijn er niet voor niets hoor ik dhr. Klink al zeggen, maar bij deze wet was ons beloofd dat we nooit zomaar gecontroleerd zouden worden. Er moest wel een aanleiding voor zijn. Die was er natuurlijk: deze dame liet haar hondje uit op het fietspad. Niet ongevaarlijk. Wij mogen blij zijn dat we tegen deze wetovertredende hondjesuitlatende dame beschermd worden, want als iedereen maar zonder identiteitsbewijs zijn hondje op het fietspad gaat uitlaten wordt dat een puinhoop.

Larie natuurlijk. Eerder lazen we dat agenten zo vaak bedreigd worden. Dat lijkt me volkomen terecht. Zelf ben ik niet lang geleden ook weer eens voor zo’n non-reden op legale wijze van zo’n € 60 beroofd geworden en hoewel ik van nature een vredelievende persoon ben, voelde ik toch grote neiging deze agent, die te dom was om mijn bon zonder spelfauten uit te schrijven, ongelofelijk op zijn gezicht te timmeren. De hufter was het echter niet waard dat ik mij er de last op het politiebureau voor op de hals wilde halen; ik schaam mij er al voor dat ik mijn goede humeur voor de rest van de dag door heb laten verpesten – politieagenten zijn voor mij het op één na laagste soort mensen. (de laagste soort is de parkeerwacht).

En dan Klink zelf. Krijgen we het formulier EPD in de bus. Als je niet reageert zit je erin en kan iedereen je dossier lezen. Ik zou het goed vinden op voorwaarde dat er volledige transparantie is: mag ik het dossier inzien van wie ik ook maar wil, bijvoorbeeld van ons koningshuis? Of, van Klink zelf? Garanties worden niet verstrekt, je hoeft er niet in, maar je moet wel zelf even reageren om het ongedaan te maken. Voor kinderen natuurlijk een uitreksel uit het geboorteregister meesturen – kosten voor eigen rekening.

Er was iemand die durfde te juichen in de krant over Klink’s voortvarendheid – “dat hadden ze ook bij donorregistratie moeten doen”. Deze man weet kennelijk niet welke rechten hij bereid is in te leveren voor zijn idealen. Namelijk het recht op eigendom. Kijk: als ik iemands portemonnee wegpak en die persoon heeft het niet in de gaten, blijft toch overeind dat ik op oneerlijke wijze aan het geld ben gekomen. Het gaat toch – hoop ik – niet aan om te zeggen: “je had kunnen protesteren en zeggen dat ik je portemonnee niet mocht wegpakken, dan had ik hem heus wel teruggegeven”. Het komt erop neer dat als je even niet oplet, of geen tijd hebt om te reageren, of misschien niet slim genoeg bent om de consequenties te overzien, de ander het recht heeft jou te overtroefen. Dat noem ik hufterigheid.

Of – ik wil er nog één keer over schrijven – het rookverbod in de horeca. Het argument is dat er niet gerookt mag worden om het personeel te beschermen. Bull! Als dat zo zou zijn mag iemand met een eenmanszaak dus roken in zijn café. Nee, dat mag ook niet. Het gaat er dus om dat de anti-rooklobby zijn zin heeft gekregen. Ten koste van het toestaan van de overheid om in te grijpen in iemands privé, nl de eigen zaak van de café-houder. Dat is iets wat ooit verdergaande consequenties gaat hebben – een glijdende schaal.

Nu is al gezegd dat al die niet-rokers die zo graag naar een café hadden gewild, maar dat niet konden omdat ze uitgerookt werden, nu zouden kunnen gaan. Mooi niet; principiële niet-rokers zijn doorgaans te chagrijnig om naar een café te gaan. Dat was ook te verwachten: als er een markt was geweest voor een rookvrij café waren er allang ondernemers ingesprongen.

Het bewijs is geleverd dat de wet onzinnig is, maar ja, zegt Klink: de regering is er om wetten te maken (!) en dus moeten ze ook uitgevoerd worden. Een aantal café-houders uit Tilburg aangesloten bij het comité Buigen of Barsten heeft nu besloten de controleurs van de Voedsel- en Warenautoriteit te fotograferen om elkaar te laten zien met wie ze te maken hebben. (VK donderdag 20 november). De PvdA jammert nu dat ze de actie onacceptabel vindt.

Tja, hufterig gedrag van de overheid leidt tot hufterig gedrag van de burger. Ten tijde van de Franse Revolutie zou een man als Klink gelyncht zijn geworden. Ik ga daar hier geen reclame voor maken, maar ik zou graag willen oproepen tot meer hufterig gedrag tegen de overheid en hun controleurtjes zolang wij geacht worden als gewillige schapen naar de slachtbank te gaan.

Het gedicht “Grateful Slave” van Paine’s Torch.

I am a grateful slave.
My master is a good man.
He gives me food, shelter, work and other things.
All he requires in return is that I obey him.
I am told he has the power to control my life.
I look up to him,
and wish that I were so powerful.

My master must understand the world better than I,
because he was chosen by many others
for his respected position.
I sometimes complain,
but fear I cannot live without his help.
He is a good man.

My master protects my money from theft,
before and after he takes half of it.
Before taking his half,
he says only he can protect my money.
After taking it, he says it is still mine.
When he spends my money,
he says I own the things he has bought.
I don’t understand this, but I believe him.
He is a good man.

I need my master for protection,
because others would hurt me.
Or they would take my money
and use it for themselves.
My master is better than them:
When he takes my money, I still own it.
The things he buys are mine.
I cannot sell them,
or decide how they are used,
but they are mine.
My master tells me so,
and I believe him.
He is a good man.

My master provides free education for my children.
He teaches them to respect and obey him
and all future masters they will have.
He says they are being taught well;
learning things they will need to know in the future.
I believe him.
He is a good man.

My master cares about other masters,
who don’t have good slaves.
He makes me contribute to their support.
I don’t understand why slaves must work
for more than one master,
but my master says it is necessary.
I believe him.
He is a good man.

Other slaves ask my master for some of my money.
Since he is good to them as he is to me, he agrees.
This means he must take more of my money;
but he says this is good for me.
I ask my master why it would not be better
to let each of us keep our own money.
He says it is because he knows
what is best for each of us.
We believe him.
He is a good man.

My master tells me:
Evil masters in other places are not as good as he;
they threaten our comfortable lifestyle and peace.
So, he sends my children
to fight the slaves of evil masters.
I mourn their deaths,
but my master says it is necessary.
He gives me medals for their sacrifice,
and I believe him.
He is a good man.

Good masters sometimes have to kill evil masters,
and their slaves.
This is necessary to preserve our way of life;
to show others that our version of slavery is best.
I asked my master:
“Why do the evil masters’ slaves have to be killed;
along with their evil master?”
He said: “Because they carry out his evil deeds.”
“Besides, they could never learn our system;
they have been indoctrinated to believe
that only their master is good.”
My master knows what is best.
He protects me and my children.
He is a good man.

My master lets me vote for a new master,
every few years.
I cannot vote to have no master,
but he generously lets me choose
between two candidates he has selected.
I eagerly wait until election day,
since voting allows me to forget that I am a slave.
Until then, my current master tells me what to do.
I accept this.
It has always been so,
and I would not change tradition.
My master is a good man.

At the last election,
about half the slaves were allowed to vote.
The other half either broke rules set by the master,
or were not thought by him to be fit.
Those who break the rules
should know better than to disobey!
Those not considered fit should gratefully accept
the master chosen for them by others.
It is right, because we have always done it this way.
My master is a good man.

There were two candidates.
One received a majority of the vote -
about one-fourth of the slave population.
I asked why the new master
can rule over all the slaves,
if he only received votes from one-fourth of them?
My master said:
“Because some wise masters long ago
did it that way.”
“Besides, you are the slaves;
and we are the masters.”
I did not understand his answer, but I believed him.
My master knows what is best for me.
He is a good man.

Some slaves have evil masters.
They take more than half of their slaves’ money
and are chosen by only one-tenth,
rather than one-fourth, of their slaves.
My master says they are different from him.
I believe him.
He is a good man.

I asked if I could ever become a master,
instead of a slave.
My master said, “Yes, anything is possible.”
“But first you must pledge allegiance
to your present master,
and promise not to abandon the system
that made you a slave.”
I am encouraged by this possibility.
My master is a good man.

He tells me slaves are the real masters,
because they can vote for their masters.
I do not understand this, but I believe him.
He is a good man;
who lives for no other purpose
than to make his slaves happy.

I asked if I could be neither a master nor a slave.
My master said, “No, you must be one or the other.”
“There are no other choices.”
I believe him.
He knows best.
He is a good man.

I asked my master how our system is different,
from those with evil masters.
He said:
“In our system, masters work for the slaves.”
No longer confused, I am beginning to accept his logic.
Now I see it!
Slaves are in control of their masters,
because they can choose new masters every few years.
When the masters appear to control the slaves
in between elections,
it is all a grand delusion!
In reality, they are carrying out the slaves’ desires.
For if this were not so,
they would not have been chosen in the last election.
How clear it is to me now!
I shall never doubt the system again.
My master is a good man.

Deugden »

Een van de dingen die ik zo prettig vind aan het Objectivisme is de helderheid waarmee concepten gedefinieerd worden. En dan vooral zoals Ayn Rand het kan zeggen. Bijvoorbeeld als het over “deugden” en “waarden” gaat. Onderwerpen waarover tegenwoordig heel wat geschreven wordt in Nederland.

Zo stond sociaal-psycholoog Prof. Jan Pieter van Oudenhoven in de NRC van dinsdag 27 mei met een onderzoek naar deugden bij gelovigen en niet-gelovigen. Om uit te zoeken of gedeelde deugden misschien kunnen worden aangegrepen om integratie van allochtonen te bevorderen. Guess what? Deugden hebben een nationaal karakter.

Dat verbaast mij in het geheel niet, gezien de achterliggende doelstelling van het onderzoek. We worden weer eens een bepaald straatje in gedirigeerd. Niet dat ik iets tegen integratie heb, integendeel, maar er moet wel wat vrije keuze bijkomen. Ik word liever uit interesse naar de ander getrokken dan door de overheid naar elkaar geduwd.

Laten we eens kijken wat prof van Oudenhoven ons allemaal te vertellen heeft.

Een deugd is een moreel goede eigenschap die aan het individu is gebonden, zoals rechtvaardigheid of moed of liefde. Deugden zijn te leren. Waarden zoals democratie of schoonheid zijn abstract, die liggen buiten onszelf. Die zijn moeilijk om te zetten in gedrag.

Wat heeft Ayn Rand daarop te zeggen. Ik grijp naar “Galt’s Speech” uit Rand’s Magnum Opus “Atlas Shrugged” uit 1957, in de vertaling van Renate Kloosterhuis.

Een wezen met een wilsbewustzijn heeft geen automatische gedragslijn. Hij heeft een waardencode nodig om als leidraad voor zijn handelen te dienen. “Waarde” is datgene wat men probeert te verkrijgen en te behouden, “deugd” is de handeling waardoor iemand haar verwerft en behoudt. “Waarde” vooronderstelt een antwoord op de vraag: van wie of voor wat? “Waarde” vooronderstelt een maatstaf, een doel en de noodzaak tot handelen ten opzichte van een alternatief. Waar geen alternatieven zijn, zijn geen waarden mogelijk.

(…)

Geluk is die staat van bewustzijn die voortkomt uit het bereiken van iemands waarden. Een moraliteit die u durft te vertellen dat u het geluk zult vinden door van uw geluk af te zien – de mislukking van uw waarden te waarderen – is een onbeschaamde loochening van de moraliteit.

(…)

Het doel van moraliteit is u te leren niet te lijden en te sterven, maar te genieten en te leven. (…) Het enige morele doel van de mens is zijn eigen geluk, maar alleen zijn eigen deugd kan dat bereiken.

Het citaat keert de volgorde een beetje om – eigenlijk moet je beginnen met de morele code te definiëren:

Morality (…) is a code of values to guide man’s choices and actions. (Virtue Of Selfishness).

Dan volgen de waarden, die de mens volgens Rand als zijn hoogste en heersende waarden moet beschouwen: rede, doel en eigenwaarde. Deze drie waarden impliceren en vereisen alle deugden van de mens die betreking hebben op de relatie van het bestaan en het bewustzijn: rationaliteit, onafhankelijkheid, integriteit, eerlijkheid, productiviteit en trots.

Nu noemt Van Oudenhoven naast rechtvaardigheid (waar Rand het mee eens zou zijn geweest) ook liefde als deugd. Volgens Rand is liefde echter een emotie!

Een emotie is een reactie op een feit uit de realiteit, een oordeel dat wordt gedicteerd door uw standaarden. Liefhebben is waarderen. De mens die u vertelt dat het mogelijk is te waarderen zonder waarden, iemand lief te hebben die u waardeloos acht, is de mens die u vertelt dat het mogelijk is rijk te worden door te consumeren zonder te produceren, en dat papiergeld even waardevol is als goud.

Bij de emotie voor liefde hoort dus de vraag: liefde voor wie (of wat)? Liefde is dus meer een waarde dan een deugd.

Over moed is Rand nogal vaag – zij rekent het niet tot de hoofddeugden. Bij de deugd “integriteit” schrijft zij dat het (integriteit) de erkenning is van het feit dat:

(…) moed en vertrouwen praktisch noodzakelijk zijn – dat moed de praktische vorm van trouw aan het bestaan is, trouw aan de waarheid, en dat vertrouwen de praktische vorm is van trouw aan het eigen bewustzijn.

Deugden zijn te leren volgens Van Oudenhoven en Rand zou het daar, denk ik, wel mee eens geweest zijn. Vraag is alleen welke deugden. Waarden liggen buiten onszelf, zegt Van Oudenhoven, zoals democratie. Is dat een waarde? Daar hoort dan de vraag bij “Voor wie of wat?”. Aangezien democratie, volgens Chesterton betekent “government by the uneducated” is het duidelijk dat democratie in ieder geval niet steeds tot de keuzes leidt die voor mij persoonlijk nu zo waardevol zijn. Democratie is dan ook meer een norm; iets waar ik mij in heb leren schikken – een soort spelregels voor de “Game of Life”, aan welke speeltafel ik graag zo lang mogelijk mee zou willen spelen, maar om nou te zeggen dat ik de regels zelf zo gemaakt zou hebben, nee. Overigens, in tegenstelling tot wat Van Oudenhoven beweert in het algemeen makkelijk om te zetten in gedrag.

En schoonheid? Volgens Rand moet schoonheid volstrekt objectief beoordeeld kunnen worden:

Values, including beauty, have to be judged as objective, not subjective or intrinsic. (Ayn Rand, question period following Lecture 11 of Leonard Peikoff’s series “The Philosophy of Objectivism” (1976).

Wel een waarde, niet abstract. Al kan ik mij voorstellen dat niet iedereen daar over nadenkt.

In het rijtje deugden dat Van Oudenhoven noemt komen ook nog voor: respect, betrouwbaarheid, zorgzaamheid en openheid. Allemaal “sociale deugden”. Betrouwbaarheid is absoluut een Objectivistische deugd (integriteit en eerlijkheid). Respect? Ik respecteer iemand die zich respectabel gedraagt. Respect kan nooit een recht zijn waar iemand zomaar aanspraak op kan maken. Als ik iemand respecteer, betekent dat ook dat ik iemand waardeer. Daar hoort dus de vraag bij: respect voor wie?

Openheid is Van Oudenhovens favoriete deugd, geïnteresseerd zijn in andere mensen. “Openheid” betekent bij Van Oudenhovens kennelijk “openstaan voor…”. “Ik kan genieten van vreemde mensen en vreemde dingen”, zegt hij. Ik ook – soms. Want sommige mensen zijn gewoon niet zo interessant, althans niet voor mij en met 6 miljard mensen op de wereld moet ik mijn aandacht toch een beetje verdelen. Het zou toch goed zijn als je dat gewoon kon benoemen. Nog een keer John Galt, eh…Ayn Rand:

Vraagt u mij welke morele verplichting ik aan mijn medemensen verschuldigd ben? Geen enkele – behalve de verplichting die ik mijzelf veschuldigd ben, aan materiële objecten en aan het hele bestaan: rationaliteit. (…) Ik zoek en verlang niets anders van hen dan de relaties die zij uit vrije wil met mij willen aanknopen. (…) andersdenkenden laat ik hun eigen gang gaan en ik wijk niet van de door mij uitgestippelde weg af. (…) Ik heb niets te winnen van dwazen of lafaards; ik heb geen enkel voordeel te behalen uit menselijke ondeugden: uit domheid, oneerlijkheid of angst.

Egoïsme, natuurlijk. Maar egoïsme is zo slecht nog niet, zoals ik in een eerder stukje ooit heb geprobeerd uit te leggen aan de hand van Ringer’s “Looking Out for #1. In ieder geval heeft de egoïst als positieve eigenschap dat hij zo druk bezig is zijn eigen leven te leven, dat hij geen tijd heeft anderen lastig te vallen. En daarom voor de laatste keer uit Galt’s Speech:

Welke onenigheden er ook mogelijk zijn, één daad van kwaad mag niemand ooit plegen, de daad die niemand jegens anderen mag begaan en die niemand mag wettigen of vergeven. Zolang de mensheid samen wil leven mag geen enkel mens het initiatief nemen tot – hoort u mij? – niemand mag een begin maken met het gebruik van lichamelijk geweld tegen anderen.

Michel Onfray en het microverzet. »

In het kader van Mei 1968 publiceert NRC een reeks artikelen. Daarin in de krant van vrijdag 9 mei een interview met Michel Onfray. Ik heb nogal wat van deze filosoof gelezen. Hij is de filosoof van het Hedonisme; een filosofie van tegelijk zintuiglijkheid en ascese, aldus Le Penseur soi-même. Ik geloof niet dat hij binnen de filosofische gemeenschap erg serieus genomen wordt, maar wat doet dat ertoe? Hij heeft mij wel wat te zeggen. Ik heb inmiddels aardig wat boeken van hem gelezen.

Maar nu over de erfenis van mei 1968. Wat doet Onfray in Caen in de geest van 1968? Hij doet aan microverzet.

Eten met vrienden, niemand betaalt, niemand maakt een rekening op. Hier is echt gepraat, met aandacht voor elkaar. Lachen, voelen, eten, drinken.

Microverzet is het omgekeerde van de micro-pouvoir van zijn vakgenoot Michel Foucault, legt Onfray uit: de versplinterde macht die ons dagelijkse leven conditioneert. Onfray kent de rode draad van die anti-liberale brokjesmacht: laat de mensen uitsluitend doen wat geld oplevert. Voor de televisie zitten in plaats van samen dineren. Diploma’s met marktwaarde halen in plaats van studeren en nadenken. Kunst produceren om rijk en beroemd te worden. Daar is Onfray tegen. Noem het zijn ‘68-cultuur.

Onfray beschouwt zichzelf als een “linkse nietzscheaan”. Zijn breuk met de christelijke metafysica en zijn streven naar ascese ontleent hij aan Nietzsche; zijn uitgangspunt is dat denken moet wortelen in persoonlijke lijfelijke ervaring. Zijn boek “De kunst van het genieten”, het eerste dat ik van hem las, begint (en eindigt) met een beschrijving van de hartaanval die hij op zijn 28-ste kreeg. Daarna besloot hij het leven “tot op de draad te verslijten”.

Maar het Hedonisme van Onfray is niet een “alles-voor-mijn-eigen-plezier-individualisme” van na 1968, maar het is een zoeken naar nieuwe waarden, een vervolg op 1968. Een poging 1968 te beschaven. Gewone mensen, de armen, moeten vertrouwd raken met Smaak. Democratiseer de smaak. Goede Smaak voor Iedereen.

Onfray is hartstikke links. (”Wij horen bij 1968 omdat wij links zijn”). Maar wel een die ook zelf voor zijn idealen betaalt: vanaf 2002 heeft hij een Université populaire, waaraan hij onbezoldigt les geeft. Hij heeft inmiddels genoeg verdiend aan zijn boeken. De cursussen zijn gratis, zonder inschrijving, zonder diploma’s. En iedereen mag zeggen wat hij wil. Er zijn colleges kunstgeschiedenis, erotische literatuur, architectuur, politiek denken. En er is navolging, behalve in Caen zijn er nu ook gratis volksuniversiteiten met vrijwillige docenten in Lyon, Amiens en Grenoble. En de colleges worden uitgezonden door de staatsradiozender France Culture.

Mei 1968 rekende af met de waarden van kerk en staat. Met hierarchie en autoriteit. Toch zijn er volgens Onfray geen nieuwe waarden voor in de plaats gesteld. Onfray noemt 1968 de overlijdensakte van de Europese christelijke beschaving. Na 1789, toen Robespierre “de Tempel van de Rede inrichtte”, een nieuwe kans in de Europese geschiedenis, die we hebben ingevuld met televisie kijken. En dan ook nog met programma’s die er niet beter op worden.

Onfray’s microverzet, eten met vrienden, doet mij sterk denken aan Hakim Bey’s Temporary Autonomous Zone:

“Zijn wij gedoemd om nooit autonomie mee te maken, nooit zelfs maar een moment lang op een uitsluitend door vrijheid geregeerde bodem te staan? Moeten we wachten tot de hele wereld bevrijd is van politieke overheersing voordat één van ons weet wat vrijheid is?

De TAZ is een perfecte tactiek voor een tijdperk waarin de staat alomtegenwoordig is en tegelijkertijd vergeven van de barsten en lege ruimten. De TAZ is de opstand binnen ieders bereik, het feest dat elk moment kan losbarsten. Ze verlangt er bovenal naar bemiddeling door media te vermijden, haar bestaan als immediaat te beleven. Omdat de TAZ een microkosmos is van de ‘anarchistische droom’ van een vrije cultuur, kan ik me geen betere tactiek voorstellen om naar dat doel te werken en tegelijk al hier en nu wat van de voordelen ervan te beleven.”

Bey’s TAZ (klik hier voor het pamflet in de originele taal) is indertijd door de links anarchisme als “salon-anarchisme” afgedaan, maar zit ook barstensvol stimulerende ideeën over “Ontological Anarchy, Poetic Terrorism”. Een ander document, maar dan meer van rechts, is Max More’s “Deep Anarchy“. Al deze artikelen staan een a-politiek leven voor. Een leven waarin je politici en hun spelregels zoveel mogelijk negeert. Hun identiteit erkent, maar hun legitimiteit ontkent. Zo goed mogelijk navigeren op de ruige zee van het systeem, maar zo veel mogelijk je eigen koers blijven varen.

Vrijdenken »

Toen ik, een behoorlijk aantal jaren geleden alweer, besloot mijn rooms-katholieke achtergrond achter mij te laten, was mijn gedachte dat ik wél zou blijven geloven. Daarvan kwam niet veel terecht: eenmaal bevrijd van de dwingende denkwijze van de kerk, kwam ik al snel tot de conclusie dat God niet kón bestaan.

Met vreugde realiseerde ik me dat mijn leven helemaal van mij was: ik mocht zelf bepalen hoe ik het zou invullen.

Mij geen raad wetend met mijn pas verworven geestelijke vrijheid sloot ik mij aan bij vrijdenkersvereniging “De Vrije Gedachte”. Helaas bestond die vereniging – in ieder geval in die dagen – uit nogal wat gefrustreerde ex-katholieken die zich bezig hielden met het samenstellen van een zwartboek tegen de paus en dat soort zaken.

Dat leek me niets: ik had immers de kerk achter mij gelaten en wat de paus zei hoefde mij niet meer te raken. Ik ging verder.

Maar nu, met de angst voor moslimterrorisme, komen er weer steeds meer publicaties tegen het bestaan van God. Moesten we ons eerst in nederland behelpen met Anton Constandse’s “Grondgedachten van het Atheïsme” uit 1978, in 1995 verscheen Herman Philipse’s “Atheïstisch Manifest”. Daarna, vrij kort na elkaar, Michel Onfray’s “Atheologie”, Daniel Dennett’s “Breaking the Spell” en Richard Dawkins’ “The God Delusion”.

Waar Onfray – overigens een van mijn favoriete filosofen – zich helaas verlaagt tot een partijtje schelden op de grote godsdienstige instituties en Dennett een redelijke dialoog probeert op te zetten waarbij hij zijn memen-theorie loslaat op het denkbeeld dat er een God moet bestaan, probeert Dawkins met wetenschappelijke argumenten de godsidee te weerleggen.

In zijn boek hanteert Dawkins een schaal, die loopt van 1 (theïstisch: volkomen overtuigd van het bestaan van God) via 4 (agnostisch: ik weet het niet, het bestaan van God is even waarschijnlijk als het onwaarschijnlijk is) tot 7 (atheistisch, volkomen overtuigd van het niet-bestaan van God). Zelf zegt Dawkins tussen het 6 (acht het bestaan van God zeer onwaarschijnlijk) en 7 in te zitten.

Ik ben het met Dawkins eens en plaats mezelf ook op zijn plaats in die schaal. Als het bestaan van God ooit bewezen wordt, ja dan zal ik geloven, hoewel, wacht even, dan geloof ik het nog niet, dan wéét ik dat het zo is. Maar tot die tijd ga ik ervan uit dat God – als hij al bestaat – geen rol van betekenis in ons leven speelt.

En nu is Fitna the Movie er dus. Weer iemand die van het bestrijden van iets interessanter vindt dan het vechten vóór iets. En daarmee vergeet zich vol geluk in zijn eigen leven te storten. Laat moslims liever zien hoe goed het leven kan zijn als je iets minder radicaal bent, kies vóór het vergroten van vrijheid in plaats van het terugdringen van onvrijheid. En laat ze verder hun geloof belijden. Ofwel, in de woorden van John Henry Mackay

    “Did you ever contribute anything to the happiness of Mankind?”
    “Yes, I myself have been happy!”

Ik voel wel iets voor de Stelling van Schleiermacher:

Niet wie in een heilig geschrift gelooft heeft een religie, maar wie er geen nodig heeft en er zelf één zou kunnen maken. – (Friedrich Scleiermacher – Over de Religie, vert. Willem Visser)

Tot slot het fraaie citaat uit “Thinking in Pictures” “van Temple Grandin:

Man will wrangle for religion, write for it, fight for it, die for it, anything but live for it.